Wouter Verhee heeft rond 1609 een handschrift geschreven met verschillende rederijkersteksten, zoals tafelspelen, refreinen, rondelen en liedjes.

Over Wouter Verhee is weinig bekend. Hij is rond 1540 in Gouda geboren en trouwde in 1569 te Amsterdam met Elisabeth Pauw. Tien jaar later was hij daar schepen. Later zijn ze in Enkhuizen gaan wonen. Ze kregen acht kinderen. In Enkhuizen verijdelde hij een Spaanse inname van de stad. Daarbij raakte hij bevriend met zijn geestverwant Dirck Volkertsz Coornhert. Het overlijdensjaar van Wouter Verhee is niet bekend.

In zijn Goudse tijd was hij lid van de Goudse rederijkerskamer ‘De Goudsbloem’. Zijn zinspreuk was ‘Lijd en mijd’. Een groot aantal teksten in het handschrift moet uit deze periode stammen. Andere teksten zijn mogelijk niet van hem. Onderstaande tafelspelen zijn afkomstig uit het handschrift.

Het ‘Handschrift Verhee’ wordt bewaard in de Staats- und Universitätsbibliothek te Hamburg en heeft signatuur MS GERM 36. Het is een oblong handschrift (dus breder dan hoog) van in totaal 312 pagina’s, waarvan alleen pagina’s 1-101 en 131-252 beschreven zijn. De pagina’s 102-130 en 253-312 zijn blanco.

Literatuur:
P.C. Molhuysen en P.J. Blok (red.), Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 2. Leiden 1912, p. 1489-1490.
A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 20. Haarlem 1877, p. 421-422.

Tafelspel: de Letter en de Geest
1

Een tafelspel van de Letter ende geest

Ghy heeren van eeren met accoort vergaert
schept leucht maeckt vreucht in dese recoratie[1]
U naem sonder blaem rechtevoort vermaert
myn Ionste doorconste biet u een salutatie
wilt ghij weten myn naems significatie
de letter exelent ben ick genomineert
ick bekant onder alle natie
geschickheyt geleertheyt wort door my gefondeert
In turckien in barberien wort ick geert
Tot napels nauarren ende oock in Aaffrycken
In paepians lant heb ick het volck geleert
In spaengen engelant ende oock vranckrycken
In indien babiloenien syn myn pracktycken
Tot venetgen Italien ben ick bekant
In portegael Cicilien myn doctrinen blycken
tsy oock int hebreusche ofte griecken lant
niemant en vint de geleertheyt elegant
dan door myn raet in swaden ofte polen
ick ben de leermeester ick open het verstant
In universiteyten ofte groote scholen
ende onder my leyt verborgen verholen
die Geest ende Waerheyt van Godts secreten
Ick stelle op die wech die onwetende dolen
door my wordense Godts kinderen geheten
Ick en weet geen Creatuere boven my geseten

[1] [recoratie] lees [recordatie]

Een tafelspel van de Letter en de Geest

Gij heren van eer, eensgezind bijeen
Schept lucht en vreugd in dit vermaak,
Uw naam zonder blaam op dit moment beroemd
Mijn gunst door kunst biedt u een begroeting.
Wilt gij weten wat mijn naam betekent:
De voortreffelijke letter word ik genoemd.
Ik ben bekend in alle landen
Geschiktheid en geleerdheid zijn mijn fundamenten.
In Turkije en Barbarije word ik geëerd
Tot Napels, in Navarra en ook in Afrika,
In Pape Jansland heb ik het volk onderwezen
In Spanje, Engeland en ook Frankrijk
In India, Babylonië zijn mijn praktijken
Tot in Venetië in Italië ben ik bekend.
In Portugal en Sicilië blijken mijn leerstellingen
Evenals in het Hebreeuwse of Griekenland.
Niemand vindt de geleerdheid elegant
Dan door mijn raad in Zwaben of Polen.
Ik ben de leermeester, ik open het verstand
In universiteiten of hogescholen
En onder mij ligt verborgen, verholen
De geest en waarheid van Gods geheimen,
Ik help de onwetende dwalenden op weg.
Door mij worden zij nu Gods kinderen genoemd
Ik weet geen schepsel dat boven mij staat.

F