Op 30 maart 1588 dienden de vertegenwoordigers van het Goudse stadsbestuur een door Gouda opgesteld vredesplan in bij de Staten-Generaal in Den Haag.

Het vredesplan, uitgewerkt in dertig artikelen, beoogde een einde te maken aan de oorlog met Spanje. Het plan kreeg aanvankelijk niet veel steun van de andere gewesten en steden. Maar in mei, na een volgende Statenvergadering, meldden de Goudse vertegenwoordigers na terugkeer in hun stad aan de vroedschap dat 'de meeste steden' ermee instemmen, mits hun 'principalen' dat ook zouden doen. En daar ging het mis. Blijkbaar zagen de bestuurders van de andere steden toch niets in het vredesvoorstel. Tenminste, het keerde nooit terug in de Statenvergaderingen en het werd nooit aan Spanje gepresenteerd.

Weinig realistisch
Heel verbazingwekkend is dat niet als je naar de inhoud van het vredesvoorstel kijkt. Het komt erop neer dat Spanje alsnog instemt met de vrijheid van godsdienst in de Nederlanden en dat de Spaanse koning zijn gezag inperkt in lijn met de Unie van Utrecht uit januari 1579, waarin de noordelijke gewesten vastlegden samen tegen Spanje op te trekken en onderling afspraken maakten over belastingen en religie. Alle geweld wordt vervolgens vergeten en vergeven. Dat Spanje zou instemmen met dit vredesvoorstel dat hen niets anders dan een einde aan de oorlog zou brengen, moet ook toen nauwelijks te verwachten zijn geweest. Juist omdat het Spaanse leger steeds verder oprukte in de noordelijke gewesten, na de Zuidelijke Nederlanden weer onder hun gezag te hebben gebracht.

Soevereiniteit bij de Nederlanden
Ook op politiek vlak wezen de ontwikkelingen in deze jaren in een andere richting dan vrede sluiten met Spanje. Aanvankelijk poogde men om de soevereiniteit over de Nederlanden over te dragen aan een andere vorst, eerst aan de Franse koning Hendrik III en daarna aan de Engelse koningin Elisabeth I. Maar beiden hadden geen zin om het gezag over de roerige contreien over te nemen tegen de zin in van de Spaanse koning. Dat leidde ertoe dat in de Nederlanden steeds meer werd gesproken om de soevereiniteit te leggen waar die volgens een nieuwe opvatting hoorde, namelijk bij de gewesten zelf. Die zouden samen een onafhankelijke republiek moeten vormen.

Gouda meest liberale stad
De vraag is dan ook waarom en hoe dit Goudse vredesplan tot stand kwam. Een antwoord is niet goed te geven, omdat in de verslagen van de Statenvergaderingen, noch van de vroedschap argumenten voor het vredesplan, voor of tegen, worden genoemd. Wel is duidelijk dat Gouda in die tijd de meest liberale stad van de Republiek was die het uitgangspunt van de vrijheid van geweten serieus nam. Terwijl elders in Holland de politiek steeds meer bepaald werd door de gereformeerden en daarmee de ruimte voor katholieken en andersdenkenden steeds beperkter werd. Onlangs had Dirck Volckertsz. Coornhert zich in Gouda gevestigd omdat hij zich niet meer veilig voelde in Delft.

Vraagteken bij de rol van Vranck
Opmerkelijk is dat in Gouda tussen 1583-1589 Franchois Vranck[1] werkt als pensionaris, de belangrijkste 'ambtenaar'. Vranck zou later, als hij in dienst is van het Hof van Holland, een betoog schrijven wat een rechtvaardiging moet zijn van de Republiek, namelijk dat de soevereiniteit ligt bij de regenten als vertegenwoordigers van het volk. Vranck was, met Johan van Oldenbarnevelt, ook tegen het aanbieden van de soevereiniteit van de Nederlanden, eerst aan de Franse koning Hendrik III en daarna aan de Engelse koningin Elisabeth I.

Welke rol Vranck heeft gespeeld bij de formulering van het Vredesplan is niet duidelijk. Als pensionaris van Gouda was hij de persoon die de tekst van het Vredesplan opgeschreven moet hebben. Maar omdat het plan haaks staat op zijn persoonlijke visie, lijkt het erop dat hij slechts opschreef wat hem werd gedicteerd door de vroedschap.
Wel is zeker dat hij één van de Goudse afgevaardigden was die het Vredesplan presenteerden in de Statenvergadering. Maar heeft hij het daar vol overtuiging verdedigd? Het blijven vragen waarop we geen antwoord hebben.

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van:

  • J. Huges, Een Goudsch Vredesplan van 1588 en nog iets over mr. Franchois Vranck, in Bijdragen voor Vaderlandsche Geschiedenis en Oudheidkunde, 4e reeks, 9e deel (1910), pag. 157-168.
  • Gouda - Vroedschapsboek 1579-1601, 11 foliobladzijden over het vredesplan.

[1]  mr. Francois Vranck (ca.1555-1617) werkte in 1578 als advocaat bij het Hof van Holland. Hij was pensionaris van Gouda van 1583-1589. Daarna kreeg hij dezelfde functie aangeboden van Utrecht en later ook van Leiden, maar hij wijst die af en vestigt zich als advocaat weer in Den Haag. Dat hij niet inging op deze lucratieve aanbiedingen is wel uitgelegd als dat hij door zijn Goudse ervaringen niet meer in dienst wilde zijn van een vroedschap en dus hun politieke lijn zou moeten volgen.