In SAMH ligt een kopie van een briefje van Erasmus vanuit Stein aan Cornelius Aurelius. Hij schrijft ook dat hij bezig is met een boek tegen de barbaren.

In dat boek schrijft Erasmus over de barbaren die volgens hem niets van de klassieke letterkunde wilden weten. Hier is sprake van de latere Antibarbari. Deze in het Latijn geschreven boeken kunt u lezen (echter onvertaald) op de website van The Latin Library Libri Antibarbarorum.

Het Streekarchief Midden-Holland bezit een exemplaar van Liber apologeticus, de oudst bewaarde versie van de Antibarbari (SAMH, Librije, 0190. 836). Hieronder volgt na het briefje van Erasmus de transcriptie en vertaling van het genoemde handschrift.

Erasmusbriefje

0190.8364 00vD

Herasmus Cornelio Goudano viro eruditissimo Salutem. Gaudeo. cepisti tandem amiculo animi meminisse. Quid enim / dum nil nisi agros pecuniamque crepares / nobis nullus erat locus. Quid igitur potissimum mali imprecer hijs qui te procuratorem fecerant? nempe ut ipsi procuratores fiant Nunc tu Corneli suavissime cum quasi ex medio freto in portum sive te recepisti / sive vento aliquo coniectus es / intermissa studia alacri animo repete Erunt post intermissionem et tibi Muse et tu musis multo gratior / quam si nullum divorcium intercessisset. Si quid agitem rogas. Est michi in manibus de litteris opus quod diutissime minatus sum / idque inter rusticationem curo / quantum procedat parum scio / Id quidem opus duobus libellis absolvere in animo est Prior in refellendis ineptis barbarorum rationibus totus fere versabitur In secundo te tuique similes doctos amicos de laude litterarum loqui faciam Itaque quandoquidem communis erit gloria / equum est / laborem
quoque esse mihi tecum communem Si quid igitur legisti (quid enim tu non legisti) quod ad has res facere putabis id est quo vel litterarum studium vituperari queat vel laudari / queso ad me mi mittere cures atque per nostram amiciciam candidus impartias Vale.

Herasmus aan Cornelius Aurelius Goudanus[1]
Gegroet,
Ik ben erg verheugd, zeergeleerde Cornelius, eindelijk toont u weer eens belangstelling voor uw vriend. Waarom zeg ik dit? Zolang u zo druk bezig was met geld- en grondzaken was er geen tijd voor onze vriendschap. Daarom zou ik de mensen die u tot procurator benoemden het liefst verwensen, laat hen dit werk zelf maar doen. Maar nu, mijn aller innemendste Cornelius, nu u uit de golven van de woeste zee bent opgedoken en zich naar de haven hebt begeven of daarheen bent teruggeworpen door een gunstige wind, kunt u weer enthousiast de studies oppakken die u had onderbroken. De muzen zullen u opnieuw plezier bezorgen of omgekeerd, u de muzen, meer nog dan zonder deze onderbreking. U vraagt mij of ik iets onder handen heb? Ik werk momenteel aan een boek over de stand van de literatuur dat ik al heel lang geleden heb aangekondigd. Ik doe dat tussen de bedrijven van het landleven door, maar hoever het inmiddels gevorderd is, kan ik niet goed inschatten. Ik ben van plan dit werk in twee delen te voltooien. Het eerste zal ik bijna geheel besteden aan het weerleggen van de dwaze argumenten van de barbaren. Het tweede aan de lof voor de letteren, en daarin wil ik u en enkele met u vergelijkbare geleerde vrienden aan het woord laten. Aangezien we samen dan de roem zullen delen, is het billijk om ook de werkzaamheden te delen. Als u dus iets gelezen heeft, want wat heeft u eigenlijk niet gelezen, dat volgens u met dit onderwerp te maken heeft, dat wil zeggen iets van belang dat als kritiek op de schone letteren beschouwd kan worden of juist als lof, wilt u dit dan alstublieft met mij delen, omwille van onze vriendschap, en mij dit toesturen?
Met groet.

[1] Herasmus: Erasmus is zichzelf pas na 1504 Erasmus gaan noemen. Bron: Erasmus dwarsdenker. S. Langereis, 2021.
Aurelius, Cornelius Gerritsz. van Gouda, augustijner kanunnik, geschiedschrijver en dichter, 1460-1531. Bron: KNAW Huygens Instituut