Verklaring van de stadhouder tegen het molesteren van rooms-katholieken door de troepen, 23 augustus 1572.

1r

0001.2722_1r

Copia Copie

Wilhelm byder gratie Goods Prinche van
Oraingie, Graue van Nassau van
Catzenelleboghe van vianden, van Dyetz,
van Buren, van Leerdam etc, Heere ende
Baroen van Breda van Dietz, van grimberge
van Arlaij, van Noseroij etc. Burchgraue
van Antwerpen, ende van Besanchon, stadthouder
ende Capiteijn generael, ouer Hollandt, Zeelandt
Westvryeslant, ende Utrecht, Alsoe tot
onser kennisse gecoemen es, dat het crijchsvolck
twelck wij nu Jn het graeffschap van
hollandt tot defentie vanden zeluen Lande
hebben, ende oick eenighe andere groote Jnsolentie
daghelicx pleghen, ende groote ouerdaet ende
rouerijen doen plonderende ende spolierende die
Kercken, cloosteren, Cappellen, ende priuate
Luijden huijssen, ende goeden onder dexell
dat die eijghenaers vandien absent zyn
ofte dat die goeden ghevlucht zijn van die
eene plaetsse tot die andere, dat oick
enighe hen veruorderen der huijsluijden paerden
ende beesten te roouen, deur dyen zij pachteren
zijn van geestelicke huijsen oft persoenen /
off dat zij zijn vande Roomsche kercke /

Kopie van een kopie

Willem, bij de gratie Gods prins van Oranje, graaf van Nassau, van Catzenellebogen, van Vianden, van Dietz, van Buren, van Leerdam etc. heer en baron van Breda, van Diest, van Grimbergen, van Arlay, van Noseroy etc. Burggraaf van Antwerpen en van Besançon, stadhouder en kapitein-generaal van Holland, Zeeland, West-Friesland en Utrecht. Zo hebben wij vernomen dat het krijgsvolk, dat wij in het graafschap Holland hebben om dat land te verdedigen, dagelijks, en ook enige andere daden van kwaadaardigheid pleegt en zeer veel berovingen en plunderingen doet en vernielingen aanricht in kerken, kloosters, kapellen en huizen van privépersonen Ook ontvreemden zij goederen onder het mom van dat de eigenaars afwezig zijn of dat zij gevlucht zijn van de ene plaats naar de andere. Dat ook sommigen van hen de paarden van de burgers opeisen en hun beesten roven omdat zij pachters zijn van geestelijken huize of geestelijke personen of van de Roomse kerk