Hieronder staan de uitgaven vermeld die de burgemeesters vanaf juni 1572 gedaan hebben voor de oorlogsvoering tegen Spanje.

Op 21 juni 1572 gaat Gouda over naar de Prins in de opstand tegen Spanje. Een geuzenleger onder leiding van Adriaan van Swieten komt Gouda in. Hij wordt gouverneur van Gouda en neemt zijn intrek in het kasteel. Meer soldaten volgen, die bij burgers ondergebracht moeten worden. Tijdens de eerste Vrije Statenvergadering op 19-23 juli wordt Willem van Oranje erkend als stadhouder en worden afspraken gemaakt over de financiering van de strijd tegen Spanje. De stad leent geld bij zijn inwoners om de soldij op te brengen. Inbeslaggenomen zilverwerk uit kerken en kloosters wordt naar de Munt van Holland in Dordrecht gebracht om omgesmolten te worden ten behoeve van de oorlogsvoering. De financiële last drukt zwaar op Gouda en de stad ziet de troepen liever komen dan gaan.

Hieronder staan de uitgaven vermeld die de burgemeesters vanaf juni 1572 gedaan hebben voor de oorlogsvoering tegen Spanje. Het geuzenleger stond onder opperbevel van graaf Van der Marck of Lumeij. Lumeij was tevens plaatsvervanger van de Prins en gouverneur in het Zuiderkwartier. Kapiteins, zoals Van Swieten en de ook genoemde Cornelis van Rijswijk waren hem verantwoording schuldig. Compagnieën of vendels stonden onder bevel van een hopman, feitelijk ook een kapitein. Van Swieten had een eigen penningmeester, Jan Adriaensz. van Veen. Het geld werd onder meer met leningen door inzamelaars opgehaald bij de inwoners. Ontvangers van de stad verzamelden de opbrengsten en gaven deze uit aan de bevelhebbers binnen Gouda. In de tekst komen diverse namen van inzamelaars en ontvangers voor. Adriaen Manmaecker was door Willem van Oranje aangesteld als inzamelaar van het in beslag genomen zilver in Holland.

Het handschrift bevindt zich in het Streekarchief Midden-Holland (Gouda SAMH, 0001. 1819). De 'Rekening van inkomsten en uitgaven door de burgemeesters ten behoeve van de oorlogsvoering, 21 juni 1572-1574' is onderdeel van Archief van de stad Gouda, 1311-1815; Rubriek: Beheer van de stedelijke financiën en eigendommen / Stadsrekeningen en de bijlagen daarvan.
De folio's 1-17 ("ontfanck") ontbreken.

18r

xviij

Vuytgeef

T erst van tsiluer dat binnen der Goude
gecollecteert es omme verstreckt te
werden ter betaelinghe oft onderhout
vande heertocht daer Jn die mede syne
Prince Excellentie tot secours vande Landen
Jn Brabant gecoemen was achtervolgende
seeckere resolutie vanden heeren staet
van hollant tot Dordrecht gecomen
Jn Julio 1572

Jtem die vander Goude achtervolgende
d' voorszeide resolutie van myn heeren den
staeten van hollant tot Dordrecht genomen /
hebben binnen der seluer stede eerstelyc
doen Jnuentarieren ende daer nae in
heurlieden handen doen comen alle t’siluer
vergult ende onvergult dat alldaer
beuonden es die kercken/ cloosteren/ godtshuysen
ende andere collegen ende gilden te competeren
T welck sulcqx gedaen synde Js tvoorszeide
siluer/ by de gedeputeerden der voorszeide
stede tot dordrecht gebracht ende aldaer
Jn handen van Adriaen Manmaecker
als by syne Prince Excellentie daer toe
gecommitteert ouergeleuert Te weten
drie hondert marck vergult ende hondert
sessendertich marck wit siluer maeckende
tsaemen iiijc xxxvj marck blyckende
by de recipisse van dato den iiije
Augusti 1572 welck siluer te weten
tvergult d' onche gereeckent tot j pond
xviij stuiver ende twitte tot i pond xiiij stuiver aen gelde

18

Uitgaven

Om te beginnen met het zilver dat in Gouda bijeengebracht is om besteed te worden aan het financieren of het onderhouden van de veldtocht van zijne excellentie de Prins om de Brabantse landen te hulp te schieten, conform het besluit van de heren Staten van Holland te Dordrecht in juli 1572.

Eveneens heeft Gouda conform de uitspraak van de heren Staten van Holland te Dordrecht eerst in Gouda geïnventariseerd en vervolgens in beslag genomen al het vergulde en onvergulde zilver dat toebehoorde aan kerken, kloosters, godshuizen en aan genootschappen en gilden.
Toen dat gebeurd was, hebben afgevaardigden het zilver van deze stad naar Dordrecht gebracht en daar overgedragen aan de door de Prins hiervoor gevolmachtigde Adriaen Manmaecker.
Het gaat om 300 mark verguld en 136 mark wit zilver, samen 436 mark, zoals blijkt uit het ontvangstbewijs van 4 augustus 1572. Uitgaande van een prijs per ons voor het vergulde zilver van 1 pond en 18 stuiver en van het wit zilver van 1 pond en 14 stuiver .....