Akte, waarbij het Hof van Holland het besluit om de defensie van Gouda te financieren door een gedwongen lening en bijdragen van de poorters goedkeurt.
Het handschrift bevindt zich in het Streekarchief Midden-Holland (Gouda, SAMH, Oud Archief Gouda, 0001. 965). De akte is onderdeel van Archief van de stad Gouda, 1311-1815; Rubriek: Beheer van de stedelijke financiën en eigendommen / Leningen (van derden).
Akte

Alsoe die Burgemeesters ende regierders der stede vander Goude den houe van
hollant by regueste verthoont hebben dat die selue stede tot gemeen defensie van haer burgers zoe geestelick als waerlick, ende byzonder om te houden een
goede wacht nu onlancx groote excessiue costen gehadt heeft Immers meer dan die jaerlicxe Jncommen vanden seluen stede hebben moegen supporteren vuyt oirzake
vande welcke zy suppleren by aduyse vande vroetschappe goet ende oirbaer beuonden hebben dat elck burger tzy geestelick oft waerlyck daertoe nae zyn macht faculteyten
eenige penningen by leeninghe zoude opbrengen ofte furneren ende voortaen elcx voor zyn hoofft contribueren tot onder houdinge vanden voorseide wacht waervan nyemant
vande poorters exempt es deurdien deen nyet meer schuldich es mit zyn goet ende bloet die voorseide stede te defenderen dan dandere maer moet zulcke defensie stale wesen
..uaele? noch deen daervan meer vrydoms ofte exemptie pretenderen dan dander als nae rechten meer dan notoir es Twelck mede het meestendeel vande burgers
des die macht hebbende oick zulcx verstaende, hadden goedtwillichlick heur contingent vande voorseide Leeninge gefurneert ende betaelt gehadt, ende voorts wel te
vreden zyn die voors wacht tot heuren costen Jnt gelyck te helpen onderhouden, als zylieden tot nochtoe gedaen hebben Dan eenige quaetwilligen die hen daertegens
schynen te willen opposeren nergens toe en willen verstaen nyet tegenstaende zylieden daerdeur zoewel bewaert ende beschermpt worden Als doen die [xxxx?]
goedtwillige Twelck gemerct zulcx nyet en behoorde versochten daeromme die voorseide supplementen oitmoedelick vanden voorseide houe behoorlick acte waerby
die voorseide geconcipieerde Leeninge ende ordonnantie op die contributie van de voorseide wacht ende andere nootelicke costen tot gemeen defensie als vooren gemaect
geapprobeert zoude worden Soe ist dat t voorseide hoff omme redenen bouen verhaelt, ende op dat deur quaet toesien ende quaede wacht te houden egheene
Jnconuenienten en gebeuren, die voorseide geconcipieerde Leeninge ende ordonnantie opde contributie van de voorseide wacht ende andere nootelycke lasten tot gemeene
defensie der voorseide stede ende Jnwoonders vandien Geapprobeert heeft ende approbeert tvoorseide hoff deselue mitsdesen Ende ten eynde die voorseide geconcipieerde
Leeninghe ende ordonnantie behoorlicken geeffectueert mach worden heeft t voorseide hoff den Schoudt der stede vander Goude geauctorizeert ende auctorizeert hem
tzelue hoff mitzdesen omme by aduyse vande Burgemeesters ende regierders vander Goude voorseid Eerlycken ende by Leyten? die voorseide quaetwillige tzy geestelycke
ofte waerlycke te bedwingen elcx zyn contingent vande voirszeide Leeninghe dairop sy geset es op te brengen ende te betaelen Ende voorts pro rata te helpen onderhouden die voorseide
nootelycke wacht in dese turbulente tyden ende oick te draegen die sulcke andere nootelycke costen als die voorseide stede extraordinarie tot defensie van den
Burgers der voorseide stede van doene zal hebben
Gedaen Jnden haege den xiiijen Juny xvc Tweentzeuentich Jn kennisse van my
De burgemeesters en bestuurders van Gouda hebben dus per verzoekschrift aan het Hof van Holland kenbaar gemaakt dat diezelfde stad, voor de algemene verdediging van haar burgers, zowel geestelijken als leken, en in het bijzonder voor het houden van een goede wacht, onlangs grote en buitensporige kosten heeft gemaakt; kosten die hoger zijn dan wat de jaarlijkse inkomsten van de stad hebben kunnen opbrengen.
Door de noodzaak dit tekort aan te vullen, hebben zij op advies van de vroedschap het passend en nuttig geacht dat elke burger, of deze nu geestelijk of wereldlijk is, naar zijn draagkracht en vermogen een bedrag aan penningen als lening zou opbrengen of verstrekken. En voortaan zou iedereen hoofdelijk moeten bijdragen aan het onderhoud van de genoemde wacht, waarvan niemand van de poorters is vrijgesteld. Immers, de één is niet méér verschuldigd dan de ander om de stad met have en goed te verdedigen, en iedereen moet op gelijke wijze bijdragen aan deze verdediging. Ook kan door niemand meer vrijdom of vrijstelling geclaimd worden dan door een ander, zoals volgens het recht overduidelijk is.
Omdat de meesten van de burgers die daartoe in staat zijn en beschermd hadden willen worden dit begrepen hebben, hadden zij al vrijwillig hun aandeel in de genoemde lening betaald. Zij zijn bovendien bereid om de eerdergenoemde wacht op eigen kosten te helpen onderhouden, zoals zij tot nu toe hebben gedaan. Maar er zijn enkele kwaadwilligen die zich hiertegen lijken te verzetten en nergens aan mee willen werken, ondanks het feit dat zij daardoor net zo goed bewaakt en beschermd worden als de welwillende burgers.
Aangezien dit niet zo behoort te zijn, hebben de bovengenoemde bestuurders het Hof ootmoedig verzocht om een rechtsgeldige akte. Hiermee zouden de voorgestelde lening en verordening – aangaande de bijdrage voor de wacht en andere noodzakelijke kosten voor de algemene verdediging van deze stad en zijn inwoners – worden goedgekeurd.
Daarom heeft het Hof, om bovenstaande redenen en om te voorkomen dat er door slecht toezicht en een zwakke wacht problemen ontstaan, daartoe de voorgestelde lening en verordening goedgekeurd. Het Hof bekrachtigt deze door deze akte.
En om ervoor te zorgen dat de lening en verordening ook echt goed worden uitgevoerd, heeft het Hof de schout van Gouda gemachtigd. Het Hof draagt hem hierbij op om, in overleg met de burgemeesters en bestuurders van Gouda, de voornoemde kwaadwilligen (zowel geestelijken als leken) op nette en fatsoenlijke wijze te dwingen om ieder het hun opgelegde aandeel in de genoemde lening te betalen. Daarnaast moeten zij naar rato bijdragen aan het onderhoud van de noodzakelijke bewaking in deze onrustige tijden, en ook verder opdraaien voor andere noodzakelijke kosten boven op wat gewoon is en die de stad zal moeten maken voor de verdediging van haar burgers.
Gedaan te ‘s-Gravenhage, op 14 juni 1572, in mijn tegenwoordigheid.

