1r

[[1]] Alsoo bijde dagelijcxe experientie bevonden
wort dat die kosten ende moeijten sedert ettelijcke
Jaren herwaarts, aende Generaal school jegen-
woordigh alhier gedaan, egeensints te vergeefs
maar vele Jongmans zoo burger als uijt
andere Steden kinderen tot oirbaar ende proffijt
geweest zijn. Isset dat wij scholasters om
alle goede regarde ende toesicht totte voorzeide
schoole te dragen wettelijck geauthoriseert sijnde
ons Jegens Godt Almachtigh van wien alle
goede voorspoet Zijn oorspronck heeft, souden
achten weijnich danckbaar te Zijn, wanneer wij
niet voortaan alle deligentie ende naarstigheit
aenkeerden om die voorzeide onse schoole, hebbende
altans noch soo goeden voortganck, als eenige
inde omliggende Steden, aen te houden ende
alle obstaculen die deselvige ofte jegenwoordigh
ofte oock in toecomende eenighsints soude
mogen verhinderen, zoo veel ons doenlijck waar te
verhoeden ende gevallen zijnde wegh te nemen,
hebben uijt oorsake van desen ernstelijck opte
sake bij ons geleth ende bevonden zijnde
dat niet altoos ofte qualijcken eenigh rege-
ment sonder ordre daar op gemaackt te zijn
geduijrigh ofte bestendigh is dese hier naar-
volgende poincten ende articulen geconcipieert
ende hier schriftelijck eenen ydere Meester inde voorzeide
onse schoole jegenwoordigh ofte hiernamaals
docerende om bij hem totten oirbaar vandien onder-
houden te worden voor oogen gestelt.
Enden eersten dat een ygelijck Meester voor de uijre
in Zijn Classe Zal Zijn ofte de uijre slaande
recht van huijs ofte ter plaatsen daar hij
dan is, naar de school Zal gaan, namelijck den
werckendage te sevene ende des Sondaaghs ten
[1] [Generale / ordre ofte / reglement op / de Latijnse / scholen] in de marge
[[1]] De ervaring van dag tot dag leert dat kosten noch moeite, gedurende ettelijke jaren tot heden, aan de algemene school alhier tegenwoordig in het geheel niet vergeefs zijn besteed, maar dat zij vele jongeren, zowel burgers als kinderen uit andere steden, tot nut en profijt geweest zijn. Het is zo dat wij, schoolbestuurders, om alle goede waarneming en toezicht op de voornoemde school uit te oefenen, wettelijk gemachtigd zijn door de almachtige God van wie alle voorspoed afkomstig is. En wij zouden ons weinig dankbaar tonen als wij voortaan niet alle ijver en zorgvuldigheid zouden aanwenden voor onze voornoemde school. Daarvoor hebben wij een even goede vooruitgang als die in de omliggende steden ook aan te houden. Tevens moeten wij alle beletsels die de voortgang tegenwoordig en ook in de toekomst enigszins zouden kunnen belemmeren, zo goed als wij kunnen, in voorkomende gevallen wegnemen. Dit is er de oorzaak van dat wij ernstig hebben opgelet en hebben gezien dat het niet altijd kwalijk te nemen is dat het reglement dat gemaakt is geen goede orde of regels bevat om standvastig of duurzaam te zijn. Daarom zijn de hiernavolgende punten en artikelen geconcipieerd en op schrift gesteld om aan iedere schoolmeester ter inzage te geven zodat iedere schoolmeester die in onze voornoemde school nu of later lesgeeft, die gepast onderhoudt.
Ten eerste dat elke schoolmeester die op een bepaald uur in zijn klas moet zijn vóór dat uur van huis of de plaats waar hij is, naar school moet gaan, namelijk op werkdagen om zeven uur en op zondag op zijn laatst
[1] [Algemene orde of Reglement op de Latijnse scholen] in de marge
1v

achten tsomers ende swinters naar advenant
des tijts
Item Donderdaaghs na den middage van eene
tot naar tween ende Sonnendaghs t heele jaar
deur tot half drien jnde schoole te blijven
behalven dat die gene die int laatste Loco
doceert niet gehouden en sal sijn op dese
dagen na de middagh te Comen maar jnde
plaatze van desen op andere dagen voor
ende na de middage een halve uijre voor die
ordinaris is hem present te laten vinden
ten eijnde de kinderen stilder ende maniere-
lijcker mogen vergaderen
Item datter geen boecken bij den ondermeesters
gedoceert en zullen worden dan met advijs
vande scholasters ofte den rector
Dat den kinderen alle maanden heur voor-
schriften verandert ende vernieut zullen worden
metten datum des daaghs daar zij op geschreven
Zijn daar bij gestelt
Item dat een yder Meester int opseggen den
kinderen hem laten hooren zal ende deselvige
soo wanneer Zij in heuren lessen missen
mochten onderrechten , sonder op die tijt
ofte oock voor ofte oock naar eenigsints te
Zitten slaapen ofte yet te lesen niet strec-
kende tot oirbaar vande kinderen, maar
tot eijgen behagen.
Item de kinderen (Zoo veel doenlijck is) te
houden datse heur boecken bewaren, ende pennen,
papier ende jnct hebben die goet Zijn.
Item alsser yemant uijt de schoole blijft
dat elck Mr. in Zijn Loco gehouden Zal
zijn daar naar te laten vragen. ende schuldigh
bevonden naar gelegentheijt der saken straffen
om acht uur. In de zomer en de winter naar gelang van de tijd.
Idem op donderdagmiddag tussen een en twee uur en op zondag het hele jaar door dient hij tot half drie op school te blijven, behalve dat degene die in de laatste schoolklas doceert niet verplicht is op deze dagen na de middag te komen. Maar in plaats daarvan op andere dagen gewoon een half uur voor en na de middag aanwezig moet zijn om de kinderen stiller en op een fatsoenlijkere manier te laten samenkomen.
Idem. Dat er geen boeken door de ondermeesters gedoceerd zullen worden dan met de goedkeuring van de schoolbestuurders of de rector.
Dat elke maand de voorschriften voor de kinderen veranderd en vernieuwd zullen worden met de datum en de dag waarop zij geschreven zijn, daarbij vermeldt.
Idem. Dat elke schoolmeester bij het hardop oplezen ervoor zorgt dat de kinderen luisteren en dat hij hen onderricht als zij hun lessen missen. Zonder dat hij in die tijd of ervoor of erna ook maar enigszins slaperig is of iets opleest wat niet dient tot voordeel van de kinderen, maar voor eigen genoegen.
Idem. De kinderen (zo goed mogelijk) voor te houden dat zij goed op hun boeken moeten passen en pennen, papier en inkt hebben die goed zijn.
Idem. Als iemand uit de school wegblijft, dat elke schoolmeester in zijn lokaal gehouden is daarnaar te laten vragen en indien die persoon schuldig bevonden wordt naar de aard van de zaak te straffen.
2r

Item sal oock elck Meester alle de geene die
hij leert alle Maanden heur Vader onse, Ge-
loove, Thiengeboden, Tafel, avonts ende morgens
Gebeden afvragen, ende daar toe houden dat se de
selvige t zij van heur Ouders ofte inde schoole
geleert hebbende niet en vergeten
Item wanneer dat eenige vande descipulen door haar
hartneckigheijt haren Meester niet en wilden obedieren
ende eenige peijne ofte straffe onderwerpen zijn
dan in sulcken cas deselvige Meester tot hulpe zal
nemen den rector ende andere Zijne mede hulpers
ende alsoo met gelijckerhant alsulcke rebellie
ende ongehoorsaamheijt tegen staan ende straffen
Item wanneer de kinderen achter gaan sullen de
Meesters elcks de Zijne schicken (soo haast het
mogelijck is) wederom jnde schoole te doen
comen ten eijnde zij t selvige deurt spelen
niet en vergeten
Van gelijck mede ten elf uijren ende t savonts int
uijtgaan Zullen de Meesters gehouden Zijn neerstigh
opsicht te nemen dat niemant vanden heuren
opt kerckhof ofte daar ontrent eenige broot-
dronckenschap ofte andere onbehoorlijckheijt
en usere maar recht naar Zijn woonplaats
make te Gaan wie sulcx manierlijck Studen-
ten toebetaamt
Item datter alle halve ofte heele Jaren eenige
in een hooger Locum sullen opclimmen dwelck op
dat tot meerder proffijt vande selvige opclim-
mende kinderen soude mogen geschieden ende dat
ze niet eer haar plaatse en veranderen als Zij
daar toe bequaam Zijn sullense ter presen-
tie van de scholasters indien Zij lieens daar
toe eenigssints sullen mogen vaceren onpartij-
delijck geexamineert ende beproeft worden
Idem. Elke schoolmeester zal ook al diegenen die hij onderwijst alle maanden het Onze Vader, het geloof, de tien geboden, de tafelen, de avond- en de ochtendgebeden overhoren en erop toezien dat zij datgene wat zij van hun ouders of op school geleerd hebben, niet vergeten.
Idem. Als een van de leerlingen door zijn hardnekkigheid zijn schoolmeester niet wil gehoorzamen, en enige pijn of straf moet ondergaan, zal in zo’n geval deze schoolmeester de hulp inroepen van de rector en andere medehulpen om zo gezamenlijk zo’n rebellie en ongehoorzaamheid tegen te gaan en te straffen.
Idem. Als de kinderen achterlopen, zullen de schoolmeesters elk van hen ertoe zetten (zo snel als mogelijk is) weer op school te laten komen opdat zij door het spelen het geleerde niet vergeten.
Idem. En evenzo, om elf uur en ’s avonds bij het uitgaan zullen de schoolmeesters verplicht zijn naarstig toe te zien dat niemand van hen op het kerkhof of daaromtrent enige brooddronkenschap of andere ongepaste handeling verricht, maar dat de leerlingen rechtstreeks naar hun woning gaan op de manier die het studenten betaamt.
Idem. Dat elk half of heel jaar sommigen naar een hogere klas zullen worden bevorderd wat tot meer profijt voor de bevorderde kinderen zou leiden, opdat zij niet eerder van plaats zullen veranderen voordat zij daartoe bekwaam zijn. Daartoe zullen zij in aanwezigheid van de schoolbestuurders, als die daarvoor vrij gemaakt kunnen worden, onpartijdig geëxamineerd en beproefd worden.
2v

Item dat niemant vande Mrs. inde Generaal
school Latijn gedoceert hebbende ende van
Zijn officie verlaten ofte t selvige bij hem
opgeleijt zijnde geoorloft Zal Zijn nader-
hant hem tot eenige prijmier school opte
rechten ofte te begeven, ten waar hem
t selfde bij de Burgermeesters met advijs vande
schoolasters toegelaten ware alsoomen dage-
lijcx bevint de veelheijt vande schoolen
de Meesters ende kinderen schadelijcken te zijn
Item offet gebeurde dat tusschen eenige vande
Meesters ende ouders vande kinderen bij heur
leerende hier ofte daarom eenige twist
ofte geschil mochte rijsen dat alsdan om
lange proces, costen ende moeijten te schouwen
de sake tot arbitragie vande scholasters
gestelt ende bij heur lieens smalijcken
gedecideert Zal worden
Ende alsoo het ons niet gelegen en is t’elcken
dage ons present jinde school te laten
vinden jsset dat wij den rector jnder tijt
expresselijck demanderen volle macht ende admis-
sie geven alles daar eenige mangel
ofte Gebreecken mochten vallen deselvige
redresseren ende naar Zijne goetduncken ende
ordonnantie tot goede verbeteringh ende
geregeltheijt te brengen. Oock dat bij
hem wanneer d’ondermeesters den kinderen niet
profijtelijck genoech en waren den selvigen sonder ons
daar van eenige advertissement ofte
waarschouwinge te doen heuren dienst sal
mogen gerenuncieert ende opgeseijt worden
ende wederom andere in heure plaatse
aengenoomen Behoudelijck dat hij int aenne-
men eerst gehoort sal hebben ons advijs
Idem. Dat het niemand van de schoolmeesters die in de algemene school Latijn hebben gedoceerd en hun ambt hebben verlaten, of van door hen opgeleide personen afscheid hebben genomen, later toegestaan is voor hen een, elementaire school op te richten of zich voor deze zaak tot de burgemeesters te wenden en met het advies van de schoolleiders toestemming te krijgen zodat er dagelijks geen groot aantal scholen bijkomt, hetgeen schadelijk is voor schoolmeesters en kinderen.
Idem. Als het gebeurt dat er een strijdpunt of geschil is ontstaan tussen een van de schoolmeesters en ouders van kinderen die bij hen in de leer zijn, dat dan, om hoge proceskosten en moeite te voorkomen, de zaak ter arbitrage aan de schoolbestuurders zal worden voorgelegd en door hen definitief zal worden beslist.
En omdat het ons niet gelegen komt elke dag in de school aanwezig te zijn, hebben wij indertijd de rector uitdrukkelijk de volmacht toevertrouwd en toestemming gegeven alles wat fout gaat of gebreken vertoont, te herstellen en naar zijn goeddunken en voorschrift ten goede te verbeteren en op orde te brengen. Ook dat hij als de ondermeesters voor de kinderen niet nuttig genoeg zijn, hen zonder ons op enige wijze te waarschuwen, uit hun ambt zal mogen zetten en hun baan op te zeggen en weer anderen op hun plaats aan te nemen onder het voorbehoud dat de rector bij het aannemen eerst ons advies zal hebben gehoord.
3r

[[1]] Item dat wanneer yet aende school ofte
huijsinge vandien nootelijk te timmeren ofte oock
te verstellen valt, dat alles de bode vande
schoolasters inder tijt gehouden zal zijn die
vande fabrijck aente spreecken ende van wegen
Zijn Meesters te versoecken aentimmeringe ofte
reparatie
De schoolasters ondergesecht gehoort hebbende
seer goede getuijgenis vanden persoon van
Andreas Bourier hebben hem in haren jegen-
woordigheijt met overstaan van den rector
geexamineert ende doen examineren ende wel
bequaam bevindende tot den schooldienst
met hem gecontracteert om den schooldienst
in het tweede school te betreden op ma-
niere ende Conditien als volcht
Dat he hem onder den rector in alle gehoor-
saemheijt met denselve ende alle andere Zijne
medemeesters in vreede ende eenigheijt Zal
dragen
Dat hij de school ende kinderen naar sulcke
wetten als hem Zijn voorgelesen ende voor
desen inden Jare 1593 vande heren scholasters
met overstaan vande Edele Borgemeesters Zijn
gemaackt, ofte alsnoch namaals bij de heeren
scholasters inder tijt tot meeste voordeel
vande school ende kinderen sullen gemaackt worden
sal regieren sonder bij hem selven hierinne
eenige veranderingh te maken
[1] Contract met / Andreas Burier / aengegaan als / schoolmeester / inde ije schole] in de marge
[[1]] Idem. Dat, als er iets aan de school of het schoolgebouw noodzakelijk te verbouwen of te repareren valt, dan is dit allemaal aan de bode van de schoolbestuurders in die tijd, om de fabriekwerknemers van de bouwmeester aan te spreken en uit naam van zijn opdrachtgevers te vragen de verbouwing of de reparatie uit te voeren
De hieronder genoemde schoolbestuurders die een zeer goede getuigenis hebben gehoord over de persoon Andreas Bourier, hebben hem in tegenwoordigheid van de rector geëxamineerd en laten examineren en hebben hem bekwaam bevonden voor de dienst op de school. Zij hebben met hem een contract gesloten om dienst te doen op de tweede school op de volgende wijze en voorwaarden.
Dat hij onder de rector in alle gehoorzaamheid met hem en alle andere collega’s in vrede en eensgezindheid zal handelen.
Dat hij de school en de kinderen naar de wetten die hem zijn voorgelezen en die voorheen in 1593 door de heren schoolbestuurders ten overstaan van de edele burgemeesters zijn opgesteld of alsnog naderhand door de heren schoolbestuurders in die tijd voor het grootste voordeel van de school en de kinderen gemaakt zullen worden, zal handhaven zonder dat hij hierin enige verandering zal aanbrengen.
[1] [Contract met Andreas Burier aangegaan als schoolmeester In de 2e School] in de marge
3v
J.
Dat hij oock desen Zijnen dienst om geen-
derleij oorsaken betere ofte slechtere Condi-
tien, die hem soude mogen vervallen Zal mogen
verlaten ofte soecken te verlaten binnen den tijt
van vier Jaren die hij hem aen Zijne Zijde
vastelijck aen de schoole verbonden heeft
met belofte van ondertusschen na geen
andere Conditien uijt te Zien, ofte te doen
uijtsien, hoewel de scholasters aen hem
niet verbonden Zullen Zijn langer alst haar
believen Zal, ende Zij hem totten vorigen dienst
bequaam ende nuttigh sullen bevinden,
Dat hij voor Zijnen dienst tot een stipendie
Jaarlijcx genieten ende trecken Zal desomme
van twee hondert gulden net te betalen van
vierendeel jaar tot vierendeel jaar daarinne gerekent
vijf ende twintigh gulden voor huijs huijr die hij minder
zal trecken als hij het huijs dat nu bij de
scholasters verhuijrt wort Zal willen selfs
bewoonen twelck hij te sijner gelegentheijt
voor de somme voren verhaalt zal mogen aenslaan
mits hij ’t zal gehouden Zijn een half jaar ofte
daar ontrent te vooren de scholasters aen
te seggen, op dat Zij de lieden int voorzeide
huijs wonende intijts de huijre op mogen seggen
Alle het welcke hij heeft aengenomen ende als
Jonghman met eeren belooft getrouwelijck na
te comen, ende hem voort alsoo in Zijnen geheelen
dienst te quijten ende te dragen, als een
vroom ende Getrouw Meester schuldigh Is
ende behoort te doen Actum binnen der Stede
schoole den jj februarij anno 1607 ten welcken
dage Zijnen dienst is gegaan is ende tot
berestinge van desen onderteijckent van
hem ende scholasters als volght. Andreas
Burier, A.Claessoon van goutswaart, D.H.Herberts,
J.Dirckzn Lonck, A.Dircxe Bouckenburgh
1607
Dat hij tevens deze dienst door geen enkele oorzaak, zoals betere of slechtere voorwaarden die hem zouden kunnen toevallen, zal mogen verlaten of proberen te verlaten binnen de tijdsduur van 4 jaar, waarin hij zich van zijn kant aan de school verbonden heeft met de belofte ondertussen naar geen andere voorwaarden uit te zien of te laten uitzien. Terwijl de schoolbestuurders niet aan hem gebonden zullen zijn langer dan het hen belieft en alleen zo lang zij hem bekwaam en nuttig zullen vinden.
Dat hij voor zijn dienst een jaarlijks stipendium zal genieten en de ronde som van 200 gulden zal krijgen, elk kwartaal te betalen. Daarin is begrepen 25 gulden voor de huishuur die hij minder zal krijgen als hij het huis, dat nu door de schoolbestuurders verhuurd wordt, zelf zal willen bewonen. Hetgeen hij als het hem uitkomt voor de hiervoor genoemde som gelds zal mogen doen, mits hij zich houdt aan een termijn van een half jaar of daaromtrent om het tegen de schoolbestuurders te zeggen opdat deze de mensen die in het voornoemde huis wonen op tijd de huur op kunnen zeggen. Dit alles heeft hij aanvaard en als jongeman op zijn eer beloofd stipt na te komen en verder zijn hele dienst te vervullen en uit te voeren als een vrome en trouwe schoolmeester verschuldigd is en behoort te doen. Waarvan akte in de school van de stad, op 2 februari 1607, de dag waarop zijn dienst is ingegaan en ter bevestiging hiervan door hem ondertekend en door de schoolbestuurders als volgt: Andreas Burier, A. Claesz van Goutswaart, D.H. Herberts, J. Dirckz Lonck, A. Dircxe Bockenbergh, 1607.
4r

Op huijden desen xiv Julij 1607 soo hebben
[[1]] wij ondergeschreven scholasters deur vorigen last
ende bevel vande heeren Burgermeesters deser Stede
Gouda aengenomen tot rector den eersamen Wil-
lem Traudenius, omme (inde plaats van Zijnen
overleden broeder Dirck Traudenius Zaliger) de
kinderen ende Jonckheijt te Instrueren naar Zijne
beste wetenschap ende deselve te leeren met
alle naarstigheijt sulcx een goet rector schuldigh
is ende behoort te doen, ende dat voor alsulcke
gagie ende proffijten als Zijnen voornoemde overleden
broeder daar van gehadt ende genoten heeft
geenen vandien uijtgesondert ende alsoo den voornoemde
Willem Traudenius sich was beclagende over de sobre
Gagie ende dat hij hem selven daar qualycken
als een eerlijck rector toebestaat op zal connen
behelpen ende huijshouden, heeft niettemin om
de liefde vande Stadt vander Goude, Item
om de plaatse sijns overleden vaders mits-
gaders Zijnen voornoemde broeder Zaliger te vervullen
geensints willen naarlaten denselven staat ofte
ampt t’aenvaarden op goede hoope ende vast
vertrouwen dat de Edele heeren Magistraten deser
Stede soo wanneer zijlieden sullen aengemerckt
hebben onse naarstigheijt ende Giligentie de-
selve Gagie sullen verbeteren waar toe wij
scholasters belooft hebben ende belooven mits
desen opte Conditien voren verhaalt niet naar
en Zullen laten omme hem daar toe soo veel
doenlijck is alle behulp ende assistentie te doen
overmits wij luijden mede wel connen verstaan
ende bemercken dat de jaarlijcxe gagie sober
genoegh is om eerlijck te leven ende huijs te
Connen houden ende oock vanden voornoemde Traude-
nius verstaan hoe dat desselfs Zijne Gagie
jegenwoordigh meerder ende beter is, ende Zal
[1] [Contract met / Willem Traudenius / als rector] in de marge
[[1]] Heden, 14 juli 1607, hebben wij, ondergetekenden, schoolbestuurders door eerder gebod en bevel van de heren burgemeesters van Gouda als rector aangenomen de achtenswaardige Willem Traudenius, om (in plaats van zijn overleden broer Dirck Traudenius zaliger) de kinderen en jongelingen te onderwijzen naar zijn beste weten en hen te onderwijzen met alle ijver, zoals een goede rector verschuldigd is en behoort te doen. En dat voor gelijke bezoldiging en voordelen als zijn voornoemde overleden broer gehad en genoten heeft zonder enige uitzondering. En hoewel de voornoemde Willem Traudenius klaagde over de sobere bezoldiging en zei dat hij zelf daarmee kwalijk als een eerlijke rector op passende wijze zou kunnen rondkomen en een huishouden kon bestieren, heeft hij niettemin uit liefde voor Gouda en ook om de plaats van zijn overleden vader en evenals die van zijn voornoemde broer zaliger te vervullen – geenszins willen nalaten de betreffende positie of het betreffende ambt te aanvaarden. Hij hoopt daarbij en in een vast vertrouwen dat de edele heren magistraten van deze stad, als zij onze ijver en zorgvuldigheid zullen hebben opgemerkt, de betreffende bezoldiging zullen verbeteren. Hetgeen wij, schoolbestuurders, hebben beloofd en beloven en op de voorwaarden hierboven vermeld, om niet na te zullen laten hem zo veel als mogelijk is alle hulp en assistentie te bieden. Dit aangezien wij ook wel kunnen begrijpen en opmerken dat de jaarlijkse bezoldiging te sober is om eerlijk van te kunnen leven en het huishouden te doen. Wij hebben ook van genoemde Traudenius begrepen dat zijn betreffende bezoldiging tegenwoordig beter is.
[1] [Contract met Willem Traudenius als rector] in de marge
4v

dese aenneminge Zijnen aenvanck hebben ende
jnne gaan op ten eersten Augustij deses
Jegenwoordigen jaars 1607 ende de betalinge
daar van gedaan werden alle vierendeelen
Jaars vervolgens ende pro rato des tijts
ende belooft den voornoemde Traudenius oock
niet subitelijck te vertrecken noch hem te
transporteren op andere plaatsen ten Zij
om merckelijck oorsaken ofte jmmers de
scholasters jnder tijt mitsgaders de heeren
Burgermeesters daar van te voorens af te
verwittigen op dat zijlieden in sulcken gevallen
hem wederom souden mogen versien van een
ander goet ende bequaam persoon tot rector
alsoo Zij niet lievers en sagen dan dat
de selve schoole, wederom Zoude mogen
comen in alsulcken staat ende renommee
alsse hier voormaals ende ten tijden van sijnen
Zaligen Vader Meester Pouwels Traudenius
(ende meerder jndient mogelijck waar) geweest
is, ende Zijn dese Conditien alsoo gemaackt
ten well believen opt behagen ende approbatie
vande heeren Burgermeesters T oirconde der
waarheijt soo Zijn hier van gemaackt twee
alleens Luijdende Contracten ende bij de scho-
lasters metten voornoemde Willem Traudenius
geonderteijckent ten dage voorzeide A.Claassoon
van Goudtswaart, 1607, D.H.Herberts J.Dirckszn
Loncq, Gulielmus Traudenius.
De Burgermeesters der Stede vander Goude
de voorgaande Contracte gesien, ende de Monde-
linge verclaringe van Adriaen Claasz Goudswaart,
Dirck Harmensz herbertsz, ende Jacob Dircxe
Loncq scholasters gehoort hebben de voorzeide
Contracte geadvojeert ende geapprobeert gelijk
zij die advoyeren ende approberen mits dezen
Actum de xvije Julij anno xvjc seven bij de
vier Burgermeesters Johannes Floris de Jager
Deze aanvaarding zal aanvangen en ingaan op 1 augustus 1607 en de betaling daarvan zal gedaan worden elk kwartaal naar rato van de tijd. Ook belooft bovengenoemde Traudenius niet plotseling te vertrekken, noch zich te verplaatsen naar andere plaatsen tenzij er bijzondere oorzaken zijn. Immers dat op die tijd de schoolbestuurders ook de heren burgemeesters daarvan van tevoren op de hoogte kunnen brengen omdat zij in zulke gevallen zich weer zouden moeten voorzien van een andere goede en bekwame persoon als rector. Bovendien zouden zij niets liever zien dan dat de betreffende school weer in zo’n aanzien en reputatie zou komen zoals die hiervoor en in de tijd van zijn vader zaliger mr. Pouwels Traudenius (en indien mogelijk beter) geweest is. Zo zijn deze voorwaarden gemaakt en wel met goedkeuring, genoegen en instemming van de heren burgemeesters als een oorkonde van de waarheid. Zo zijn hiervan twee eensluidende contracten gemaakt en door de schoolleiders en de voornoemde Willem Traudenius ondertekend op de genoemde datum. A. Claasz van Goudswaart, 1607 D.H. Herberts, J. Dirksz Loncq, Guielmus Traudenius.
De burgemeesters van Gouda, het contract hierboven gezien en de mondelinge verklaring van Adriaan Claasz Goudswaart, Dirck Harmensz Herberts en Jacob Dirksz Loncq, schoolbestuurders, gehoord hebbende, hebben de voornoemde contracten bevestigd en goedgekeurd zoals zij die bevestigen en goedkeuren bij deze. Gedaan op 17 juli 1607 door de vier burgemeesters. Johannes Floris de Jager.
5r

[[1]] Op approbatie vande Eersame Heeren Bor-
gemeesters hebben schoolasters onderschreven gecontracteert
met de persoon van Martino Nicolay Bockenbergio
mede onderschreven omme inde plaats van Meester Jasparo
den dienst vande Laeghste Latijnsche schoole te
betreden op Maniere ende Conditien als volcht
Dat hij hem onder den rector in alle behoorlijck geboogh-
saamheijt ende met denselven ende alle andere sijne mede
Meesters in alle vrede ende eenigheijt Zal dragen
Dat hij de school ende kinderen op sulcke uijren ende
naar sulcke wetten ende ordre als voor desen gestelt
Zijn ofte noch tot meeste voordeel vande jeught
bij scholasters jnder tijt sullen mogen gestelt
worden, Zal hebben te regieren ende waar te nemen
sonder bij hem selven op eenigerleij Maniere
hierinne eenige veranderingh te soucken ofte in
te voeren.
Dat hij oock des Sondaaghs sijn behoorlijk tijt jnde
schoole waar te nemen ende voort beneffens
den rector ende d’andere Meesters met de kinderen
jnde kerck te gaan Zal verplicht Zijn
Dat hij desen Zijnen dienst om geenderleije oorsaken
betere ofte slechtere conditien , die hem souden
mogen voorvallen zal mogen verlaten binnen den tijt
van drie Jaren dewelcke hij hem vast aen Zijne
Zijde verbonden heeft aende schoole hoewel de
scholasters aen hare Zijde niet langer aen
hem sullen verbonden Zijn alst hen believen Zall
ende zij Zijn persoon ende dienst de schoole nuttigh
sullen bevinden behoudelijck dat Martinus voort
expireren vanden geheelen tijt gehouden Zal zijn
drie maanden te vooren van Continuatie, ofte
vertrecken haar aen te spreecken ende te waar-
schouwen
[1] [Contract / met Martinus / Bockenbergh als / schoolmeester inde / laagste schole] in de marge
[[1]] Na goedkeuring van de eerzame heren burgemeesters hebben de ondergetekende schoolbestuurders een contract gesloten met Martino Nicolay Bockenbergh, medeondertekenaar, om in plaats van schoolmeester Jasparo in dienst te treden bij de laagste Latijnse school op de volgende wijze en voorwaarden.
Dat hij zich onder de rector met passende gehoorzaamheid en met hem en alle andere medeschoolmeesters in vrede en eendracht zal gedragen.
Dat hij de school en de kinderen op de uren en naar de wetten en orde die hiervoor vastgesteld zijn of nog tot het meeste profijt van de jeugd door de schoolbestuurders te zijner tijd vastgesteld zouden kunnen worden, zal moeten dienen en waarmaken zonder zelf op enigerlei manier hierin enige verandering aan te brengen of in te voeren.
Dat hij ook op zondag een behoorlijke tijd op school zijn lessen moet geven en daarnaast zal hij verplicht zijn met de rector, de andere schoolmeesters en de kinderen naar de kerk te gaan.
Dat hij deze dienst door geen enkele oorzaak, door betere of slechtere voorwaarden die hem zouden mogen toevallen, zal mogen verlaten binnen de tijd van 3 jaar. Gedurende deze tijd heeft hij van zijn kant zich vast verbonden aan de school, al zijn de schoolbestuurders van hun kant niet langer aan hem gebonden dan als het hen belieft en zij zijn persoon en dienst voor de school nuttig vinden. Tevens is Martinus verplicht vóór het verstrijken van de hele periode, 3 maanden van tevoren de schoolbestuurders aan te spreken en te waarschuwen over continuering of vertrek.
[1] [Contract met Martinus Bockenbergh als schoolmeester in de laagste school] in de marge
5v

Dat hij voor Zijnen dienst inde schoole
tot een stipendie Jaarlijcx genieten zal de
somme van hondert ende vijftigh Carolus Gulden
t’ elcken vierendeel Jare een Gerecht
vierepaerde te betalen behalven het salaris
dat hij vanden rector besonder genieten zal
voor domistique diensten ende tusschen
tijdische repetitien soo des morgens als des
Avonts met des rectors kost kinderen vanden
eerste schoole te houden: daar toe hij
hem oock bij desen voor ende aende scholas-
ters te verbinden, verstaan ende gehouden
wort
Alle twelcke hij heeft aengenomen ende als
Jonghman met eeren belooft getrouwelijck
na te Comen, ende hem voort alsoo in Zijnen
geheelen dienst te quijten ende te dragen
als een vroom ende Getrouw Meester schul-
digh is
Ende Zal desen sijnen dienst jngaan je no-
vembris anno 1615 ende expireren tenselven
dage anno 1618
Actum den 16e September anno 1615 ende tot
bevestigingh wededersijdighlijck onderteijckent
als volgt J.Dircksz Loncq, A.Claessoon van
Goudswaart, D.H.Herberts, A.Dircxe Bockenbergh
M. Bockenbergh
[[1]] Op de Conditien ende voorwaarden hier na
beschreven hebben d’heren scholasters der Stede
Gouda aengenomen Magistrum Martinus
Straffintvelt om den schooldienst vant
tweede schooll te bedienen alles op het wel-
behagen ende approberen vande heeren
[1] [Contract met / Martinus Straf- / fintvelt als / schoolmeester / inde ije schole] in de marge
Dat hij voor zijn dienst in de school als stipendium jaarlijks de som van 150 Carolus guldens zal krijgen, elk kwartaal precies een vierde uit te betalen, op het salaris na dat hij van de rector krijgen zal voor de voornoemde huishoudelijke taken en tussentijdse repetities: zowel ’s morgens als ’s avonds op kosten van de rector de kinderen van de eerste school te ’begeleiden, waartoe hij zich bij deze aan de schoolbestuurders bindt, gehoorzaamt en zijn woord houdt.
Dit alles heeft hij aanvaard en op zijn eer van jongeling beloofd getrouw na te komen en zich verder ook in zijn hele dienst zijn taak naar behoren uit te voeren en zich te gedragen zoals een vrome en trouwe schoolmeester past. Zijn dienst zal ingaan op 1 november 1615 en aflopen op dezelfde dag in 1618.
Waarvan akte op 16 september 1615 en ter bevestiging van beide zijden ondertekend als volgt: J. Dirksz Lonq, A. Claesz van Goudswaart, D.H. Herberts, A. Dirksz Bockenbergh, M. Bockenbergh.
[[1]] Op de condities en de voorwaarden die hierna worden genoemd, hebben de heren schoolbestuurders van Gouda aangenomen schoolmeester Martinus Straffintvelt om in dienst te treden van de tweede school, alles tot genoegen en met goedkeuring van de heren
[1] [Contract met Martinus Straffintvelt als schoolmeester van de 2e school] in de marge
6r

Borgemeesters der voorseide Stede, te weten
dat hij hem onder den rector in alle gehoorsaam-
heijt ende met denselven ende allen anderen Zijnen
medemeesters in alle vreede ende eenigheijt zal
moeten dragen, Ende dat hij de school ende
kinderen nae sulcke wetten als voor desen
ten overstaan vande heeren Burgermeesters ende
scholasters gemaackt zijn, ofte naar-
maals gemaackt souden mogen werden, zal
regieren alles tot meesten dienst vande schole
ofte kinderen, sonder bij hem selven eenige
veranderinge te mogen maken, dat dese
Zijnen dienst Zal duijren den tijt van drie
Jaren ingegaan prima Novembris anno xvjc
achtien, binnen welcken tijt hij om geender-
leij oorsaken de schoole Zal mogen verlaten
dan met believen ende Consent vande scholasters
jnder tijt, dat hij des Sondaaghs Zall
mette school kinderen ter kercke gaan, omme te
verhoeden dat eenigh ontucht int gaan ende keeren
bij de schoolkinderen Zouden werden bedreven.
Dat hij hem vorders jn desen Zijnen dienst
alsoo quijten ende dragen Zall als een vroom ende
getrouw Meester schuldigh is ende behoort te doen
voor welcken Zijnen dienst hem bijde scho-
lasters jaarlijcx is toegevoecht de somme
van twee hondert ende vijftigh gulden tot xl
grooten vlaams t stuck te betalen bij de
vierendeel Jaars Ten oirconde is desen bij de
heeren scholasters ende den voorseide Straffint-
velt onderteeckent opten laatsten Novembris
anno xvjc achtien G.Cornelis de Lange J.Dircxe Loncq
A.Dircxe Bockenbergh, Eduardus Poppius, Martinus
Straffintvelt
De heeren Magistraten der Stede vander Goude
(t voorgaande contract gesien) de scholasters selfs
mondelinge gehoort (ende op alles geleth) hebben
tselve geadvoyeert ende geapprobeert gelijck
burgemeesters van de voornoemde stad. Namelijk dat hij onder de rector ten volle gehoorzaam zal zijn en zich met hem en al zijn andere collega’s in vrede en eenheid zal moeten gedragen. Verder dat hij de school en de kinderen naar zulke wetten als voor hen, ten overstaan van de heren burgemeesters en schoolleiders gemaakt zijn, of naderhand gemaakt zouden kunnen worden, zal dienen. Dat alles helemaal in dienst van de school of de kinderen, zonder dat hij zelf enige verandering erin mag maken. Dat deze dienst van hem 3 jaar zal duren met ingang van 1 november 1618. In die tijd zal hij om geen enkele reden de school mogen verlaten anders dan na de goedkeuring en de toestemming van de toenmalige schoolbestuurders. Dat hij op zondag met de kinderen naar de kerk gaat om te voorkomen dat op de heen- of terugweg de kinderen zich onbetamelijk zouden gedragen. Dat hij zich verder in zijn dienst ook zijn taak zal vervullen en zich zal gedragen zoals een vrome en trouwe schoolmeester verschuldigd is en behoort te doen. Voor deze dienst wordt door de schoolbestuurders jaarlijks aan zijn loon toegevoegd een som van 250 gulden tot 40 grote vlaams per stuk te betalen per kwartaal. Deze oorkonde is door de heren schoolbestuurders en de voornoemde Straffintvelt ondertekend op de laatste dag van november 1618. G. Cornelisz de Lange, J. Dirksz Loncq, A. Dirksz Bockenbergh, Eduardus Poppius, Martinus Straffintvelt.
De heren magistraten van Gouda (het voorgaande contract gezien hebbend) de schoolbestuurders zelf mondeling gehoord (en op alles gelet hebbend), hebben het onderhavige bevestigd en goedgekeurd zoals
6v

zij dat advoyeren ende approberen mits desen Actum
den x Januarij anno xvjc negenthien, present
Gijsbrecht Aalbrechtsz, Gerardt Adriaensz
Cool, ende Dirck Jansz Steenwijck Burger-
meesteren ende alle de Schepenen : Johan Florisz de
Jager.
[[1]] Op huijden den xxii Augustij Anno xvic ende
drie ende twintigh hebben de scholasters ghe-
contracteert naar voorgaande last vande
vroetschap ende op approbatie van de Zeer edele
Burgermeesters met Magistro Jacobo Hovio gewe-
sene rector tot Ammersfoort omme te
bedienen het rectorsampt in plaats van
Gerardo Traudenio Gewesene rector voorden
Gagie van ses hondert gulden sjaers te betalen
alle vierendeel jaars, ende vrije behuijsinge
ende andere munimenten die den voornoemde af-
gaanden rector genoten heeft gehadt met
Conditie dat hij hem in Zijne bedieninge
gedrage nade ordre ende wetten die tot noch
toe onderhouden Zijn ende bijde scholasters als
reede gemaackt ofte oock noch naarmaals
bij deselve tot meesten oirbaar vande schoole
zoude mogen gemaackt worden, sonder bij
hem selven daarjnne eenige veranderinghe
jnne te voeren, Dat hij hem oock metten
eersten zal begeven tot oeffeninge van
alsulcke studie als hij zal weten ende oock
de heeren scholasters zullen verstaan tot
opqueekinge ende vorderinge vande schoole
vandoen ende noodigh te wesen, Als oock dat
noch hij nochte oock zijne huijsvrouwe yet
jnde schoole doe ofte late met hare
wete geschieden dat tot nadeel vanden Christelijke
[1] [Contract met / Jacobus Hovius / als Rector] in de marge
zij dat bevestigen en goedkeuren door middel van deze akte, op 10 januari 1619. Aanwezig Gijsbrecht Aalbrechtsz, Gerardt Adriaensz Cool en Dirck Jansz Steenwijk, burgemeesters en alle schepenen: Johan Florisz de Jager.
[[1]] Heden 31 augustus 1623 hebben de schoolbestuurders mr. Jacobus Hovius, gewezen rector in Amersfoort, aangesteld na voorgaande opdracht van de vroedschap en na goedkeuring van de zeer edele burgemeesters om het rectorsambt te vervullen in plaats van Gerardus Traudenius, gewezen rector. Voor een bezoldiging van 600 gulden per jaar, elk kwartaal te betalen, plus vrij wonen en andere emolumenten die de hierboven genoemde vertrekkende rector heeft genoten. Op voorwaarde dat hij zich in zijn ambt zal gedragen volgens de opdrachten en de wetten die tot op heden gelden en door de schoolbestuurders reeds gemaakt zijn of die nog door hen tot het meeste nut voor de school gemaakt worden zonder dat hij zelf daarin enige verandering zal aanbrengen. Dat hij zich ook onmiddellijk zal toeleggen op de beoefening van alle studies die hij kent en die ook de schoolbestuurders zullen begrijpen tot aanmoediging en ter bevordering van de school, en zover dat nodig is. Tevens zal hij noch zijn huisvrouw in de school iets doen of laten wat naar hun weten zou gebeuren tot nadeel van de Christelijke
[1] [Contract met Jacobus Hovius als rector] in de marge
7r

Gereformeerde religie souden mogen strecken, of
oock tot voortplantinge ofte voedinge vanden
pauselijcke superstitien, Gelijck oock voorts met
expresse stipulatie dat hem zal dragen
Christelijck ende eerlijck gelijck een stichtelijck ende neers-
tigh Rector toestaat, ende voort in alle Ge-
trouwigheijt, die van een getrouw Rector
vereijscht wort in Zijn geheelen dienst hem
quijte, Ende hebben hem oversulcx voor
den tijt van seven Jaren aengenomen Jnne-
gaande den jen November eerstcomende
die hij van Zijnent wegen aende schoole Zal
verbonden Zijn, zonder die om eenige hoger
ofte lager meerder ofte minder Conditien
te Zullen mogen verlaten. Zonder oock ter
expiratie vande voorzeide seven Jaren de
schooldienst te mogen verlaten dan mits
een half Jaar te vooren Waarschouwende
mits dat men aen hem niet langer verbonden
Zal wesen als Burgermeesters ende scholas-
ters jnder tijt hem jnde schoole diens-
tigh ende stichtigh zullen bevinden, Alle
welcke Conditien hij als man met eeren ge-
trouwelijck heeft aengenoomen naar te comen
ende hem daarjnne te quijten naar behooren
Toirconde Zijn hier van gemaackt twee
alleensluijdende contracten, daar dit een
af is, Ende bij henlieden wedersijdelijck
onderteijkent ten dage ende Jare voorzeid
G. H. Thert, Dirck Maartensz Westerhout
Jsaacus Hensbergius, Bartholomeus Niclai
JHovius
Tvoorseide Contract wort bij Burgermeesters ge-
approbeert ende geadvoyeert Actum den xxjje
Augustij anno xvjc drie ende twintigh, bij de
vier Burgermeesters J. vlack d’oude, G.A. Cool
Dirck Janssoon Steenwijck, Willem van
Abbesteegh, Ter Ordonnantie vande Burgermeesters
Johan Floris de Jager
gereformeerde religie of iets wat ook tot het uitzaaien of de voeding van het pauselijk bijgeloof zou zijn. Verder tevens met het uitdrukkelijke beding dat hij zich Christelijk en eerlijk zal gedragen zoals een stichtelijke en vlijtige rector betaamt en verder in al het vertrouwen dat van een rector vereist wordt en waaraan hij zijn hele diensttijd moet voldoen. Wij hebben hem als zodanig aangenomen voor 7 jaar met ingang van 1 november a.s. waarop hij van zijn kant verbinden zal zijn aan de school zonder dat hij die vanwege hogere of lagere, betere of slechtere voorwaarden zal mogen verlaten. Ook mag hij voor het verstrijken van de voornoemde 7 jaar de school niet verlaten, tenzij hij een half jaar van tevoren waarschuwt. Men zal niet langer aan hem gebonden zijn dan dat de burgemeesters en de schoolbestuurders hem in de loop van de tijd in de school dienstig en stichtelijk zullen vinden. Allemaal voorwaarden die hij als man van eer en trouw heeft beloofd na te komen en waarvan hij zich naar behoren zal kwijten. Ter getuigenis zijn hiervan 2 eensluidende contracten opgemaakt, waarvan dit er 1 is. En door hen aan beide zijden ondertekend op de hierboven genoemde datum. G.H. Thert, Dirck Maartensz Westerhout, Isaacus Hensbergius, Bartholomeus Niclai J. Hovius.
Bovengenoemd contract werd door de burgemeesters goedgekeurd en bevestigd op 22 augustus 1623 door de vier burgemeesters J. Vlack d’Oude, G.A. Cool, Dirck Jansz Steenwijck, Willem van Abbesteech. Op last van de burgemeesters, Johan Floris de Jager.
7v

Aende
Achtbare Wijse ende zeer discrete Heeren
mijne Heeren Magistraten ende Regeerders
deser Stede.
[[1]] Geven met alle behoorllijke eerbiedigheijt te
kennen de ghemeene school Meesters deser
Stede hoe dat Zij Supplianten gemerckt hebbende
de goede genegentheijt en Sorge van U
Achtbaren bij het stellen en ordonneren vant Re-
glement ontrent het schoolhouden Anno 1663
den 2e Februarij dewelcke Zij Supplianten
onderdanighlijck hebben aengenomen, met be-
loftenis van daar in getrouwelijck te Zullen
Continueren, En jnden aenvanck een goeden
jnganck begoste te krijgen: Maar door
de dagelijcxe toeneminghe van schoolMeesters
nu t’ eenmaal beginne te verswacken, Alzoo,
dat die ghene die, 10, 20, 30, en meerder Jaren
hen int schoolhouden geneert hebben hier
door seer geinteresseert worden, oock verhin-
dert beijde int onderwijsingh vande Jeucht
als int eerlijck voorsorgingh van haar
dagelijcxe Nootdruft, Ende overmits hier
inne niet can voorsien worden, zoo lange
het getall der schoolmeesters int vergrootingh
blijft, Zoo keeren zij hen Supplianten zeer
onderdaniglijck tot U Achtbaren ernstelijck versoekende
ende zeer demoedelijck biddende dat u Achtbaren
gelieve na luijd vant 12 Articul het
getall der schoolhoudende zoo wel mannen
als vrouwen, vast te stellen, Op dat
de goede meijninge van U Edel Achtbaren int be-
dienen des schoolampts met meerder ijver
behertight, Ende het schoolhouden in een
geschickter en beter stant mochte gebracht
werden Twelck doende etc.
Sij dese requeste gestelt in handen vande heren
scholasters om te dienen van advijs ende
onderrechtinge Actum den ix februarij 1664
bijt Collegie vande Magistraat G. de Vrije
1664
[1] [requeste Gemeene / schoolmeesters / om deselve / te redigeren tot / een seker getal] in de marge
Aan de achtbare, wijze en zeer discrete heren, mijn heren magistraten en regenten van deze stad.
[[1]] De schoolmeesters van de algemene school van deze stad geven met alle passende eerbied te kennen dat zij, de verzoekers, de goede genegenheid en zorgen van u, achtbare heren, hebben opgemerkt bij het opstellen en ordonneren van het reglement over het schoolhouden, d.d. 2 februari 1663. Dat hebben de verzoekers onderdanig aangenomen met de belofte het trouw te zullen naleven. Hetgeen in het begin goed van start ging. Maar door de dagelijkse toename van het aantal schoolmeesters is het begonnen te verwateren, zodat degenen die 10, 20, 30 of meer jaren met het lesgeven in hun onderhoud hebben voorzien, hierdoor zeer benadeeld worden en ook worden gehinderd bij het onderwijzen van de jeugd en de eerlijke bescherming van hun dagelijkse behoeften. En omdat hier niets aan gedaan kan worden zo lang het aantal schoolmeesters blijft toenemen, wenden zij, de verzoekers, zich onderdanig tot u, achtbare heren, met het ernstige en zeer onderdanige verzoek dat u, achtbare heren, alstublieft in artikel 12 het aantal schoolmeesters, zowel mannen als vrouwen, vaststelt. Zodat de goede bedoelingen van u, edelachtbare heren, in de uitoefening van het schoolambt ijveriger behartigd worden en het houden van een school in een geschiktere en betere stand terecht mag komen. Hetwelk gedaan enz. Dit verzoek is de heren schoolbestuurders ter hand gesteld om te dienen als advies en onderricht. Waarvan akte, op 9 februari 1664 door het college van de magistraat, G. de Vrije 1664.
[1] [Verzoek gewone schoolmeesters om dit terug te brengen tot een bepaald aantal] in de marge
8r

[[1]] De Achtbare heeren scholasters gesien hebbende
het appoinctement vande Zeer Edel Achtbare heeren Ma-
gistraten deser Stede op het jngeleverde
requeste van schoolmeesters alhier ende den inhout van
het selfde geexamineert souden U Zeer Edel Achtbare
dienen voor advijs
i
Aengaande het getal der schoolmeesters, houdende
school binnen haar huijs, behoorden bij provisie
uijt te sterven tot het getal van xij, ende de
loopende schoolmeesters tot het getall van vj,
de schoolvrouwen tot het getal van viij,
ii
dat bij de twee ordinaris opsienders uijt de
schoolmeesters een derde behoorde toegevoecht te
werden uijt de loopende schoolmeesters tot welcken
eijnde Zij versoecken
iii
Dat het schoolgelt, bij haar Achtbare op xxxvj
stuivers int vierendeel jaars gestelt, magh
gestelt worden op xxx stuivers, op het versoeck
van verscheijde schoolmeesters daar op gehoort Zijnde,
welcke sustineren dat het Articull daar
van spreeckende te beter Zal onderhouden
worden
[[2]] De heeren Magistraten der Stadt Goude ge-
examineert hebbende dese nevensgaande requeste
mitsgaders t’advijs vande heren scholasters, con-
formeren haar met het advijs ende articulen bij
de gemelte heeren scholasters op dese requeste
gestelt ende dat de ordre op het schoolhouden
daar mede Zal werden geamplieert Actum
den viijen November 1664 bijt Collegie vanden
Magistraat Devrije
[1] [Advis vande / scholasters op / de voornoemde reglementen] in de marge
[2] [Approbatie] in de marge
[[1]] De achtbare heren schoolbestuurders die de regeling hebben gezien van de zeer edelachtbare heren magistraten van deze stad op het ingeleverde reglement van de schoolmeesters alhier en de inhoud daarvan hebben onderzocht, zouden u, zeer Edelachtbare heren, van advies dienen.
i
Wat het aantal betreft van de schoolmeesters dat schoolhoudt in hun woning, behoorde de vergoeding zich te beperken tot het aantal 12 en de bestaande schoolmeesters tot het aantal 6 en de schooljuffen tot het aantal 8.
ii
Dat bij de gewone toezichthouders uit de schoolmeesters een derde behoorde te worden toegevoegd aan de bestaande schoolmeesters, hetgeen zij verzoeken.
iii
Dat het schoolgeld, door de achtbare heren op 36 stuivers per kwartaal vastgesteld, mag worden vastgesteld op 30 stuivers, op verzoek van verscheidene schoolmeesters die daarover gehoord zijn. Zij beweren dat het artikel dat daarover gaat dan beter zal worden nageleefd.
[[2]] De heren magistraten van Gouda, die het bovenstaande reglement en het advies van de heren schoolbestuurders hebben onderzocht, volgen het advies en de artikelen die de vermelde heren schoolbestuurders in dit reglement hebben opgesteld zodat de verordeningen op het schoolhouden daarmee zullen worden uitgebreid. Waarvan akte, op 8 november 1664 door het college van de magistraat De Vrije.
[1] [Advies van de schoolleiders betreffende het hiervoor genoemde reglement] in de marge
[2] [Goedkeuring] in de marge
8v

[[1]] D’ Heeren scholasters Rapport gedaan heb-
bende vande Capaciteijt ende bequaamheijt
dewelcke Zij (naar gedane examinatie) onder-
vonden hebben jnden persoonen van franciscus
Dionysius ende Arent Lepelaar ende hebbende de
Achtbare heeren Burgermeesters voorgestelt ende
gerecommandeert tot Conrector der Latijnsche
schoole den persoon van franciscus Diony-
sius, ende Arent Lepelaar tot Magister
jnde eerste schoole, Zijn naargenome
deliberatie de gemelte Dionijsius geeli-
geert tot Conrector der Latijnsche schole
in plaats van Cornelius Meurier die daar van
afstant heeft gedaan, ende Arent Lepelaar
in plaats vanden voornoemde Dionijsius, ge-
avanceert tot Conrector
Actum den xxviij Januarij 1664 bij de heeren
Burgermeesters. A.D. van Groenendijck
[[2]] d’heeren scholasters Zijn geauthoriseert
tot procederen tot voorstellinge van een
persoon bequaam tot becleedinge vanden vacan-
te rectorsplaats vacant geworden door
overlijden van den rector Johannes Wourda-
nius Zaliger
Actum den 17 November 1665 bij de
heren Burgermeesters
[[3]] d’Heeren scholasters uijt Crachte van d’
authorisatie (op deselve gegeven tot rector
jnde Latijnsche schoolen alhier voor-
gedragen hebbende den persoon van jacobus
[1] [franciscus Dionisius / geeligeert tot / Conrector ende / Arent Lepelaar / tot magister inde / je schole] in de marge
[2] [Autorisatie om / een Rector te / verkiesen] in de marge
[3] [Electie van / Jacobus Tollius] in de marge
[[1]] Na verslag te hebben uitgebracht over de capaciteit en bekwaamheid die de heren schoolbestuurders (na daarnaar onderzoek te hebben gedaan) hebben vastgesteld bij de personen Franciscus Dionysius en Arent Lepelaar, hebben de schoolbestuurders aan de achtbare heren burgemeesters voorgesteld en aanbevolen om tot conrector van de Latijnse school te benoemen Franciscus Dionysius en Arent Lepelaar tot magister in de eerste school. Na rijp beraad is de hiervoor genoemde Dionysius verkozen als rector van de Latijnse school in plaats van Cornelius Meurier die daarmee is gestopt. Tevens is Arent Lepelaar, in plaats van voornoemde Dionysius, bevorderd tot conrector. Waarvan akte op 28 januari 1669 door de heren burgemeesters. A.D. van Groenendijck.
[[2]] De heren schoolbestuurders zijn bevoegd om voorstellen te doen ten aanzien van een persoon die bekwaam is de vacante rectorsplaats te bekleden, vacant geworden door het overlijden van rector Johannes Wourdanius zaliger. Waarvan akte op 17 november 1665 door de heren burgemeesters.
[[3]] De heren schoolbestuurders hebben, krachtens de volmacht aan hen gegeven, als rector in de Latijnse school alhier, voorgedragen Jacobus
[1] [Franciscus Dionysius gekozen tot conrector en Arent Lepelaar tot magister in de 1e school] in de marge
[2] [Volmacht om een rector te verkiezen] in de marge
[3] [Verkiezing van Jacobus Tollius] in de marge
9r

Tollius ende omstandigh verhaal gedaan vande
kuntschap die deselve heeren hadden ontfangen
vanden Capaciteijt ommegangh ende leren vanden
selven Tollius Zijn gemelte heeren scholasters
bedanckt voor haar genomen moeijten de
voorzeide voorstellinge voor aengenaam verclaart
ende dienvolgende den opgemelten Tollius geeligeert
tot rector der voorgeroerde schoole in plaats
vanden overleden rector Wourdamus, Zijn voorts
meergemelte heeren scholasters versocht metten
selven Tollius op d’emolumenten (aent voorzeide
ampt behoorende) op te rechten soodanighen
Contract op Approbatie vande heeren Bur-
germeesters als deselve te meesten dienste vanden
schoole Zullen bevinden te behooren
Actum den xviii November 1665 bij de
heeren Burgermeesters. A.D. van Groenendijck
[[1]] In manieren hier naar volgende zijn d’heeren
Curatores vande schoole der Stadt Goude
(ingevolge van d’acte van authorisatie bij
d’heeren Burgermeesters op deselve heeren gegeven
van date den xxviij e deser) ter eenre ende den
Edele Jacobus Tollius (als bij welgemelte
heeren Burgermeesters geeligeert tot rector der
voorzeide schole) ter andere Zijde met malcan-
deren verdragen te Zijn dat den voorzeide Tollius
het voorzeide rectorampt Zal bedienen voor den
tijt van seven Eerstcomende ende achter een-
volgende Jaren waar van het eerste jaar
jnnegaan Zal den je der maant December
ende t laatste expirereren den laatsten November
1672 op een Tractement van ses hondert ende
vijftigh gulden Jaarlijcx, behalven noch hondert
gulden, bij den voorgaanden rector in plaats van
[1] [Contract met / Jacobus Tollius / als Rector] in de marge
Tollius en hebben uitvoerig verslag gedaan van de kundigheid die de genoemde heren hadden ontvangen over de bekwaamheid van genoemde Tollius om met mensen om te gaan en hen te onderwijzen. De heren schoolbestuurders worden bedankt voor de genomen moeite, het voorstel wordt in dank aanvaard, en dus wordt de voornoemde Tollius gekozen tot rector van de voornoemde school in plaats van de overleden rector Wourdanius. Verder worden de reeds genoemde heren schoolbestuurders verzocht met deze Tollius over de emolumenten (die behoren bij het voornoemde ambt) een zodanig contract af te sluiten dat het de goedkeuring van de heren burgemeesters kan krijgen en zodanig dat zij dit het meest dienstig voor de school achten. Waarvan akte op 18 november 1665 door de heren burgemeesters. A.D. van Groenendijck.
[[1]] Op de hierna volgende manier zijn de heren curatoren van de school van Gouda (als gevolg van de akte van volmacht, door de heren burgemeesters aan de genoemde heren verleend op de 28e van deze maand) aan de ene zijde en de edele heer Jacobus Tollius (die door de eerder genoemde heren burgemeesters is gekozen tot rector van de genoemde school) aan de andere zijde aangezegd om met elkaar in vrede overeen te komen dat genoemde Tollius het genoemde ambt van rector zal aanvaarden voor de tijd van de 7 komende en opeenvolgende jaren. Daarvan zal het eerste jaar ingaan op 1 december en het laatste zal aflopen op 30 november 1672 met een loon van 650 gulden per jaar, plus nog 100 gulden van de vorige rector in plaats van
[1] [Contract met Jacobus Tollius als rector] in de marge
9v

Turf en hout Genoten, den voornoemde rector
zal bovent voorzeide Tractement ende
extraordinaris hondert gulden noch
hebben ende geduijrende den voorzeide tijt
genieten de woninge vant woonhuijs
aende voorzeide schoole zijnde, ende tselvige
hem gelevert glasdicht mits dat den
gemelten rector tselve van binnen ghe-
duijrende den voorseide tijt tZijnen laste
Zall glasdicht onderhouden, ende bij het
expireren van de Conditien alsoo leveren
de voorzeide emolumenten Zullen worden
betaalt van drie maanden tot drie maan-
den precijs ende Zal gemelten Rector boven
’t gene hier voren is geroert noch profi-
teren het munerval van Zijn selfs schoole,
Ende den vrijdom van alle Stadts excsijnse
welcke voorzeide Conditien de voorzeide heren Cura-
tores belooft hebben te presteren, Ende
den gemelten Tollius oock deselve niet
alleen punctueel t’ achtervolgen nemaar oock
daar en boven geen andere schoolen sonder
expres toestaan vande opgemelte heeren
Curatores te sullen aennemen onder verbant
van desselfs persoon ende goederen, In oirconde
geteijckent den 27 November 1665, ende dit
alles op approbatie van gemelte heeren
Burgermeesters Charles Everwijn, Aemilius Cool,
Cornelis de Lange, Donatus van Groenendijck,
Jacobus Tollius In kennisse van mij D. van der
Tocht
Burgermeesters gelesen hebbende het bovengeschreven
[[1]] accoort bij d’ heeren Curatores vande schoole
deser Stede gemaact ende aengegaan, met Jacobus
Tollius Rector hebben tselve geadvoijeert ende
geapprobeert gelijck Zij t zelve advoijeren ende
approberen bij desen ende werden de gemelte
heeren Curatores bedanckt voor hare gedane
moeijten Actum desen 30en november 1665
bij Burgermeesters D. van Groenendijck
[1] [Approbatie] in de marge
het genot van hout en turf. De eerdergenoemde rector zal boven op de toegezegde bezoldiging een buitengewone honderd gulden erbij krijgen en gedurende de hiervoor genoemde tijd het woongenot smaken van het woonhuis annex de genoemde school, dat hem glasdicht is opgeleverd en dat de genoemde rector gedurende de genoemde tijd op zijn kosten glasdicht zal onderhouden en na het aflopen van de voorwaarden zo zal opleveren. De genoemde emolumenten zullen worden betaald telkens na precies 3 maanden en genoemde rector zal niet meer profiteren dan hiervoor is aangestipt en evenmin profiteren van het inschrijvingsgeld van zijn eigen school en de vrijstelling van alle stedelijke accijns. Dit zijn de voorwaarden die de genoemde heren curatoren beloofd hebben te zullen naleven. Bovendien zal de genoemde Tollius deze zaken ook niet alleen stipt nakomen maar ook daarenboven geen andere school aannemen in verband met het contract van hem persoonlijk en zijn goederen zonder uitdrukkelijke toestemming van de genoemde heren curatoren. In een oorkonde getekend op 27 november 1665, alles onder goedkeuring van de genoemde heren burgemeesters Charles Everwijn, Amilius Cool, Cornelis de Lange, Donatus van Groenendijck, Jacobus Tollius. Gekend door mij D. van der Tocht.
[[1]] Deze burgemeesters hebben de hierboven beschreven overeenkomst die door de heren curatoren van de school van deze stad opgemaakt en aangegaan zijn, met rector Jacobus Tollius bevestigd en goedgekeurd zoals zij die ook bevestigen en goedkeuren. Tevens worden de heren curatoren bedankt voor de genomen moeite. Waarvan akte, op 30 november 1665 door de burgemeesters. D. van Groenendijck.
[1] [Goedkeuring] in de marge
10r

Resolutien vanden jaere 1666 als scholasters
waeren: d heeren Aemilius Cool
Donatus van Groenendijck, Meester
Lambert Buijs, ende Meester Jacob
Vander Tocht.
Sijn gearresteert Gymnasij Goudani Leges
Item Ordo lectionum Statis horis in Gymnasio Goudano
observanda. is ….. als deselve sijn gedaen dr…lien
Den 7e september 1666.
[[1]] Is naer deliberatie goetgevonden ende verstaen, dat de
discipulen des sondachs ter predicatie sullen worden geleyt
bij den Rector, Sourector ende vordere meesters bij
tourbeurten ende dat den geenen wiens tourbeurt het is
soodanige jnleijdinge te doen verplicht sal sijn jnde
schoole te verschijnen een halff uijr voor den aenvanck
der predicatie.
[[2]] Is goetgevonden ende verstaen, dat van nu voortaen
d’examina sullen worden gedaen, jaerlijcx acht dagen
voor den aenvanck der groote vacantien vande academie
ende acht dagen voor de hoogtijt van kersmis, ende dat
de vacantien daer op sullen volgen, even ende …………… als
deselve op voorgaende examina gevolcht sijn
[1] [Ordre om de / discipelen des / Sondaags ter kercke te geleijden] in de marge
[2] [Tijt van Examen] in de marge
Besluiten van 1666 toen de schoolbestuurders waren: de heren Aemilius Cool, Donatus van Groenendijck, mr. Lambert Buijs en mr. Jacob van der Tocht.
Zijn vastgesteld (Gymnasij Goudani Leges. Item Ordo lectionem Statis horis in Gymnasio Goudano observanda.) is …zodanig vastgelegd … op 7 september 1666.
[[1]] Er is na overleg goed gevonden en overeengekomen dat de leerlingen op zondag bij toerbeurt naar de preek zullen worden begeleid door de rector, conrector en verdere schoolmeesters en dat degene wiens beurt het is zo’n begeleiding uit te voeren, verplicht is een half uur voor aanvang van de preek in de school te zijn.
[[2]] Er is goed gevonden en overeengekomen dat vanaf heden de examens zullen worden afgenomen elk jaar 8 dagen voor aanvang van de grote vakantie van de academie en 8 dagen voor het hoogtij van Kerstmis en dat de vakanties daarop zullen volgen zoals deze op voorgaande examens gevolgd zijn.
[1] [Regel om de leerlingen op Zondag naar de kerk te begeleiden] in de marge
[2] [Examentijd] in de marge
10v

[[1]] Den 4en November 1666
Geexamineert wesende het versoeck bij den Conrector
Dionisius gedaen, tenderende om te mogen continueren int leeren ende
jnstitueren van soo danige discipulen als hij alreede een
aenvanck van hadde gemaeckt, ende vervolgens soodanige
discipulen als hij van tijt tot tijt noch soude mogen sonder sollicitatie
bekomen, Is naer deliberatie goet gevonden ende verstaen
als voorschreven Conrector bij provisie te consenteren
te mogen continueren jnde jnstitutie van die discipulen daer van
hij alreede aenvanck gemaeckt heeft, behoudelijck dat die
geenen dewelcke voor desen de publijcke schoole hebben gefrequenteert
ende noch van die jaeren sijn datse zulcx behoren te doen
oock de publijcque schoole sullen verplicht sijn te frequenteren, ende
dat hij Conrector bij onstentenisse vandien indeselve sijne
[[2]] jnstitutie niet langer continueren sal, ende wat aengaet
het voorschreven tweede lidt dat den gemelten conrector geen
nieuwe discipulen particulierlijck sal mogen jnstitueren, tsij off
deselve de publique schoole frequenteren dan niet sonder ons
voorgaende bekomen consent.
De heeren scholasters hebben geresolveert ende verstaen dat het tweede lith van
bovenstaende resolutie nopende t’jnstitueren de Jeucht mede plaets
sal hebben int regu… van Jan Ketel Actum den xviijen December 1671
De Heeren scholarchen hebbende gerepresenteert
[[3]] dat den tweeden latijnschen schoolmeester michiel
Houckius ware gecomen tot soo hoogen ouder-
dom, dat door desselffs Institutie niet
langer te verwachten stonden soodanige vrugten
als in de goede schole wel behoort, ende
voorts in bedencken gestelt off haer achtbaren
niet souden konnen goet vinden dat bij die
occasie de Latijnsche scholen in plaets van
vier tot drie vermindert werden, metten
selven Hockius verdragen wat recognitie
Jaerlijck aenden selven voor sijn leven sal
uijtgekeert werden, ende van het overige
bij deselve heeren gedisponeert soo als de-
selve souden bevinden ten beste van de scholen
[1] [Consent voor / den Conrector Dioni- / sius om eenige dis- / cipelen particulier- / lijck te mogen institueren] in de marge
[2] [Gelimiteert] in de marge
[3] [Autorisatie van / onder benefitie van / sekere recognitie / aen michiel hockius / wt te keeren, de / scholen te reduceren / van vier op drie] in de marge
[[1]] 4 november 1666
Na onderzoek van de vraag van conrector Dionysius, gesteld met de bedoeling om te mogen doorgaan met zulke leerlingen te leren en te onderwijzen als die met wie hij een begin had gemaakt en zulke leerlingen als hij van tijd tot tijd zonder verzoek zou kunnen krijgen, is deze vraag na beraad goedgekeurd en er is overeengekomen dat voornoemde conrector door middel van een tijdelijke maatregel toestemming krijgt om die leerlingen te onderwijzen met wie hij al begonnen was. Dit onder het voorbehoud dat de leerlingen die daarvoor de openbare school hebben bezocht en nog die leeftijd hebben dat zij dat behoren te doen, verplicht zijn ook de openbare school te bezoeken.
[[2]] Doen zij dat niet dan zal de conrector zijn onderricht niet langer voortzetten. En verder stelt het hiervoor genoemde tweede lid dat genoemde conrector bij afwezigheid van de rector geen nieuwe leerlingen particulier zal mogen onderwijzen, of zij de openbare school bezoeken of niet, zonder onze voorafgaande goedkeuring.
De heren schoolbestuurders hebben besloten en zijn overeengekomen dat het 2e lid van het voorgaande besluit betreffende het onderwijzen van de jeugd eveneens plaats zal vinden in het … van Jan Ketel. Akte op 18 december 1671.
[[3]] De heren schoolbestuurders hebben standvastig besloten dat de tweede Latijnse schoolmeester Michiel Houckius een zo hoge ouderdom heeft bereikt dat zijn onderwijs niet langer de vruchten draagt die er in een goede school wel behoren te zijn. En verder te bedenken of de achtbare heren het niet goed zouden kunnen vinden dat in dit geval de Latijnse scholen in plaats van 4 naar 3 verminderd zouden worden en dat zij met Houckius zelf overeen dienen te komen welke betaling gedurende zijn leven jaarlijks aan hem uitgekeerd zal worden en voor het overige zal door de heren beschikt worden wat het beste zou zijn voor de scholen.
[1] [Toestemming voor de conrector Dionisius om enige leerlingen particulier te mogen onderwijzen] in de marge
[2] [Gelimiteerd] in de marge
[3] [Machtiging van de gunst van een zekere betaling aan Michiel Houckius uit te keren.
De scholen te verminderen van 4 naar 3] in de marge
11-12
Onderstaande tekst staat in het kopie exemplaar 0183.6 van het Resolutieboek. Bij tekst die overlapt met het originele exemplaar 0183.1 is de achtergrond lichtgrijs.
19v

vrugten als in de goede schoole
wel behoort, Ende voorts in bedenken
gestelt of haar Agtbaren niet souden kon-
nen goetvinden dat bij die Occasie de
Latijnsche schoolen in plaats van
vier tot drie vermindert wierden,
metten den zelven Hockius verdragen
wat Recognitie jaarlijx aan denzelven
voor sijn leven sal uijtgekeert werden,
En van het overige by dezelve Heeren
gedisponeert soo als de zelve souden
bevinden ten besten van de schoolen
te behooren, waar op gedelibereert
sijnde is goet gevonden, en verstaan
gemelte Heeren scholasters tottet
een en ’t’ ander te authoriseren, gelijk
dezelve daar toe geauthoriseert werden
bij dezen
Actum den 3e jannuarij 1670,
bij d’Heeren Burgermeesteren
[[1]] De Heeren scholarchen hebben
gerefereert dat dezelve ingevolge
[1] [Michiel Houkius / tweede Latijnse / schoolmeester doet / afstant.] in de marge
de vruchten draagt die er in een goede school wel behoren te zijn. En verder te bedenken of de achtbare heren het niet goed zouden kunnen vinden dat in dit geval de Latijnse scholen in plaats van 4 naar 3 verminderd zouden worden en dat zij met Houckius zelf overeen dienen te komen welke betaling gedurende zijn leven jaarlijks aan hem uitgekeerd zal worden en voor het overige zal door de heren beschikt worden wat het beste zou zijn voor de scholen.
Na overleg is goedgevonden en overeengekomen om de heren schoolbestuurders hiertoe te autoriseren, net zoals zijzelf daartoe geautoriseerd werden.
Waarvan akte, op 3 januari 1670 door de heren burgemeesters.
[[1]] De heren schoolbestuurders hebben vermeld
[1] [Michiel Houckius, 2e Latijnse schoolmeester doet afstand] in de marge
20r

van de Resolutie van den 3e Jannuarij
1670, den schoolmeester Hockium hadden
gedisponeert onder bedingh van een
Redelijke Recognitie van t zelve
schoolmeester ampt afstant te doen, ge-
lijk den zelven daar van afstant ge-
daan heeft, waar op gedelibereert sijn-
de js geresolveert, ende verstaan dat
de ordonnantie die voor dezen geslagen
is ten behoeven van den geseijden
[[1]] Hockius, sal worden geslagen ten be-
hoeven van de Heeren scholarchen,
behoudelijk dat dezelve daar uijt sullen
voeden de Recognitie aan den gemel-
ten Houckius toegevoegt, Ende van
de overige penningen disponeren
soo als dezelve ten meesten diensten
vande schoolen bevinden sullen te
behooren, behoudelijk dat dezelve
ordonnantie een maal geslagen sijnde
de volgende jaren sullen werden be-
taalt onder derzelver quitantie
[1] [scholarchen ge- / authoriseert sijn / tractement jaarlijx te / ontfangen eerst bij / ordonnantie, en voorts bij / quitantie, mits hem / betalende sijn be- / loofde recognitie] in de marge
dat zij als gevolg van het besluit van 3 januari 1670, schoolmeester Houckius hadden bewogen op voorwaarde van een redelijke betaling van het schoolmeestersambt afstand te doen, zoals zij dat zelf ook hadden gedaan. [[1]] Na overleg is besloten dat de regeling die getroffen is voor genoemde Houckius, zal worden getroffen ten behoeve van de heren schoolbestuurders, behalve dat zij daaruit zullen nemen de betaling aan de genoemde Houckius. En de overige penningen behoren zij te bestemmen ten gunste van de scholen. Met dien verstande dat dezelfde regeling, na besluit, de volgende jaren zal worden betaald onder dezelfde kwitantie
[1] [schoolbestuurders zijn gemachtigd zijn traktement jaarlijks te ontvangen, eerst bij verordening en vervolgens met een kwitantie, mits hem zijn beloofde vergoeding wordt betaald] in de marge
20v

gelijk de tractementen aan den
Rector, en andere meesters betaalt
worden,
Actum den 4e Maart 1671 bij de
Heeren Burgermeesteren
[[1]] De Heeren scholasters hebben
hebben geresolveert, ende verstaan
dat de twee hondert vijftig gulden in
de bovenstaande acte vermelt, jaarlijx
gedistribueert sal worden als volgt,
te weten aan den Rector J. Tollius
hondert gulden, aan den Conrector
Philippius Maastrichtius gelijke Hon-
dert gulden, en de resterende vijftigh
gulden aan Jan Ketel schoolmeester in de
Latijnse schoole, Vise Causa, Actum
den 18 December 1671,
[[2]] Op de Conditien, ende voorwaar-
den hier naar beschreven[3] hebben
de Heeren scholasters der stad
Goude aangenoomen magistrum
[1] [distributie van / 250 gulden, sijnde het / overschot van het / tractement van / Hockius, / den Rector ƒ 100=. / Conrector ƒ 100=. / meester Jan Ketel ƒ 50=.] in de marge
[2] [Contract met / Philipus Maastricht / als Conrector,] in de marge
[3] [xxx] vervangen door [beschreven]
waarmee de traktementen aan de rector en de andere schoolmeesters betaald worden, waarvan akte d.d. 4 maart 1671 door de heren burgermeesters
[[1]] De heren schoolbestuurders hebben overlegd en besloten dat de 250 gulden, vermeld in bovenstaande akte, jaarlijks zal worden verdeeld als volgt: te weten aan rector J. Tollius honderd gulden, aan conrector Philipus Maastricht ook honderd gulden, en de resterende vijftig gulden aan Jan Ketel, schoolmeester in de Latijnse school, zie akte d.d. 18 december 1671.
[[2]] Op de voorwaarden hierna beschreven hebben de heren schoolbestuurders van Gouda aangenomen magister
[1] [verdeling van 250 gulden, zijnde het overschot van de wedde van Houckius: de rector ƒ 100, conrector ƒ 100, meester Jan Ketel ƒ 50] in de marge
[2] [Contract met Philipus Maastricht als conrector] in de marge
21r

Philippum Maastrichtium om
den schooldienst van t tweede
school, als Conrector te bedienen,
te weten
Dat hij hem onder de directie van
den Rector, ende met denzelven, en
alle andere sijne medemeesters
in alle vrede, en Eenigheijt sal
moeten dragen.
Ende dat hij de schoole, en de kin-
deren op sulken uijren, ende naar
sulken wetten, ende ordre als voor
dezen gestelt sijn, ofte nog tot meeste
voordeel van de jeugt bij de Heeren
scholasters in der tijt sullen mogen
gestelt worden, sal hebben te regieren
en de waar te neemen,
Dat hij ook gene discipelen parti-
culierlijk sal mogen jnstitueren
t‘zij of dezelve de publijcke schoole
frequenteren ofte niet, als met
believen op Consent van de voorseide
Heeren scholasters, sonder bij hem
Philipus Maastricht om de schooldienst van de tweede school als conrector te dienen,
te weten: dat hij onder leiding van de rector, met hem en alle andere medeschoolmeesters in alle vrede en eensgezindheid zal moeten werken. En dat hij de school en de kinderen op zulke uren, en naar zulke wetten en orde als hiervoor gesteld zijn, of nog tot meeste voordeel van de jeugd door de heren schoolbestuurders ooit zullen worden gesteld, zal hebben te leiden.
Dat hij ook geen leerlingen privé zal mogen onderrichten, of zij nu de publieke school bezoeken of niet, tenzij met toestemming van de voornoemde heren schoolbestuurders, zonder door hem
21v

zelven op eenigerleij manieren
hier jnne eenige veranderinge te
maken, ofte in te voeren, alles ten
meesten dienst van de schoole ofte
kinderen, dat dezen sijnen dienst
sal duijren tot kennelijken wederseg-
gen toe, jngegaan den 1e November
1671, geduijrende welken tijt hij om
geenderleij Oorsaken de schoole sal
moeten verlaten dan met believen,
en Consent van de Heeren scholasters
in der tijt,
Dat hij des sondaags ter predicatie
op sijn tourbeurt met de scholieren
ter kerke sal moeten gaan, omme
te verhoeden dat eenig ontucht in ‘t
gaan, en keeren bij de voorseide scholieren
soude werden bedreven,
Dat hij hem vorders in dezen sijnen
dienst, alzoo quijten, en gedragen sal
als een vroom, en getrouw Con[1] Rector
[1] [Con] interlineair
zelf op enigerlei wijze hierin verandering te brengen of in te voeren, alles ten dienste van school of kinderen. Dat zijn dienstverband zal duren tot duidelijk herroepen toe, ingegaan op 1 november 1671, gedurende welke tijd hij om geen enkele reden de school zal mogen verlaten dan met toestemming van de heren schoolbestuurders. Dat hij ‘s zondags op zijn beurt met de scholieren ter predicatie naar de kerk zal moeten gaan, om te verhinderen dat enig ontucht bij ’t komen en gaan door de voornoemde scholieren zou worden bedreven.
Dat hij zich vervolgens gedurende zijn dienstverband zal kwijten en gedragen zoals een vroom en getrouw conrector
22r

schuldig is, en behoort te doen,
voor welken dienst hem bij de
Heeren scholasters jaarlijx is toege-
voegt de somme van vier hondert
vijftigh gulden, tot xL grooten t stuk
te betalen bij de vieren deel jaars
Ten oirkonde is dezen bij de Heeren
scholasters, en den voornoemde Philpium
Mastrichtium onderteijkent opten
18e december 1671, ende was on-
derteijkent Amilius Cool, Donatus
van Groenendijck, Gerard Cincq W.Van Abbe-
steegh Philippus Mastricht
[[1]] Op de conditien, en voorwaarden
hier naar volgende, hebben de
Heeren scholasters der stad Goude
aangenomen Mr Samuel de
Gallois tot schrijfmeester in de
Latijnsche school te bedienen,
te weten dat hij de scholieren op
[1] [Contract met / Samuel de Gallois / als schrijfmeester in de / Latijnse schole] in de marge
verschuldigd is, waarvoor hij van de heren schoolleiders jaarlijks een totaal van 450 gulden, tot 60 groten ’t stuk ontvangt, te betalen per kwartaal.
De betreffende verklaring is door de heren schoolbestuurders en de voornoemde Philipus Maastricht ondertekend op 18 december 1671, en was ondertekend door Amilius Cool, Donatus van Groenendijck, Gerard Cincq, W. van Abbesteech en Philipus Maastricht.
[[1]] Op de voorwaarden hierna volgend, hebben de heren schoolbestuurders van Gouda aangenomen mr. Samuel de Gallois tot schrijfmeester in de Latijnse school om de scholieren van dienst te zijn op
[1] [Contract met Samuel de Gallois als schrijfmeester in de Latijnse school] in de marge
22v

sulken uijre te weten des naar
middaags van vier tot vijf uijren toe,
en de voorts naar sulken wetten
en ordre als voor dezen gestelt sijn
ofte nog tot meesten voordeelen van
de jeugt bij de Heeren scholasters
in der tijt sullen mogen gestelt worden,
sal hebben te regieren, en waar te ne-
men sonder bij hem zelven op eeni-
gerleij manieren hier inne eeni-
ge veranderinge te maken, ofte in
te voeren, alles ten meesten dienste
van de scholieren, dat dezen sijnen
dienst sal duijren tot kennelijken
wederseggen toe jn gegaan den 1e meij
1671, geduyrende welken tijt hij om
geenderleij oorsaken de schoole
sal mogen verlaten dan met be-
lieven en Consent, van de Heeren
scholasters in der tijt, dat hij hem
vorders in dezen synen dienst al-
zoo quijten en gedragen sal, als
zulke uren te weten ‘s namiddags van vier tot vijf uur. En verder dat hij moet besturen volgens wetten en orde als hiervoor gesteld zijn of nog tot meeste voordeel van de jeugd door de heren schoolbestuurders ooit zullen worden gesteld, en waar te nemen zonder door hemzelf op enigerlei manieren hierin enige verandering te brengen of in te voeren, alles vooral ten dienste van de scholieren. En dat zijn dienstverband zal duren tot duidelijk herroepen toe, ingegaan op 1 mei 1671, gedurende welke tijd hij om geen enkele reden de school zal mogen verlaten dan met goedkeuring van de heren schoolbestuurders. Dat hij zich vervolgens gedurende zijn dienstverband zal kwijten en gedragen zoals
23r

een vroom, en getrouw meester schul-
dig is, en behoort te doen, voor wel-
ken dienst hem bij de Heeren scholasters
jaarlijx is toegevoegt de somme van vijftig
gulden elken gulden tot xL grooten
t stuk, te betalen alle vieren deel
jaars, Ten oirkonde is dezen bij de Hee-
ren scholasters, en den voornoemde Gallois
onderteijkent, op den 18e december 1671,
En was onderteijkent Æmilius Cool,
Donatus Van Groenendijk, Gerard Cinq W.V.Abbe-
steegh, Samuel Gallois
[[1]] Den 1en November 1672 Js tot Rector
van de schoole geeligeert Johannes
Hellenius, Conrector in de Latijnse
schoole te Haarlem, in plaatse van
Jacobus Tollius van hier vertrokken,
en dat op die Conditien als denzelven
Tollius hier bevoorens aangenoomen
is geweest, fol. 9 16
[[2]] Ten zelven dage is tot Conrector ver-
kooren Justinus Heck, in plaats van
Philippus Maastricht van hier vertrokken,
[1] [Johannes / Hellenius, ge- / eligeert tot rector,] in de marge
[2] [Justinus Heck / tot Conrector] in de marge
een vroom en getrouw schoolmeester verschuldigd is, waarvoor hij van de heren schoolbestuurders jaarlijks ontvangt een totaal van 50 gulden, elke gulden tot 60 groten ‘t stuk, te betalen per kwartaal. De betreffende verklaring is door de heren schoolbestuurders en de voornoemde Gallois
ondertekend, op 18 december 1671, en was ondertekend door Æmilius Cool, Donatus van Groenendijck, Gerard Cinq, W. van Abbesteech, Samuel Gallois.
[[1]] Op 1 november 1672 is tot rector van de school gekozen Johannes Hellenius, conrector op de Latijnse school te Haarlem, in plaats van Jacobus Tollius, die van hier is vertrokken. Hij wordt aangenomen onder dezelfde voorwaarden als waarop Tollius hier aangenomen is geweest, fol. 16.[[2]] Op dezelfde dag is tot conrector gekozen Justinus Heck, in plaats van Philipus Maastricht die van hier is vertrokken.
[1] [Johannes Hellenius gekozen tot rector] in de marge
[2] [Justinus Heck tot conrector] in de marge
13r

onderteyckent op den xviijen december
xvjc een enseventich ende was ondertekent
Æmilius Cool, Donatus van groenendyck
G: Cincq, W. Abbesteegh S: Gallois.
[[1]] Den ien November 1672 Is tot Rector van de
schole geeligeert Johannes Hellenius
conrector in de latynse schole tot Haerlem
in plaetse van Jacobus Tollius [[2]] ende dat op
die conditien als denselven Tollius hier
bevorens aengenomen is geweest, folio 9
[[3]] Ten selven dage is tot Conrector gecoren
Justinus Heck in plaetse van philippus
Maestricht van hier vertrocken
[[4]] Den xvijen Januarij 1674 is tot
Conrector geeligeert Henricus Winter
in plaetse van Justinus Heck die
overleden was.
[[5]] Den. Augustij 1676 is tot Schrijfmeester
inde latynse schole aengenomen (op deselve
conditien daer op bevorens Meester Samuel
gallois [[6]] aengenomen is geweest) Marc
Anthoine de Sauve.
[[7]] De Heeren scholarchen hebben ter Camer
van de heeren Burgermeesteren gerepresenteert
dat eenige Jaeren geleden vermits den ouderdom
[1] [Johannes Hel- / lenius geeligeert / tot Rector] in de marge
[2] [van hier vertrocken] interlineair
[3] [Justinus Heck / tot Conrector] in de marge
[4] [Henricus Winter / tot Conrector] in de marge
[5] [Marc Antoine / de Sauve tot / Schrijfmeester] in de marge
[6] [van hier vertrocken] interlineair
[7] [Versoeck / van den heeren / scholargen om] in de marge
Ondertekend op 18 december 1671 door Emilius Cool, Donatus van Groenendijck, Gerardus Cincq, W. Abbesteech, en S. Gallois.
[[1]] Op 1 november 1672 is tot rector van de school gekozen Johannes Hellenius conrector op de Latijnse school in Haarlem in plaats van Jacobus Tollius, die hiervandaan vertrokken is. Hij is aangesteld op dezelfde voorwaarden als waarop Tollius eertijds is aangenomen. Folio 9.
[[2]] Op dezelfde dag is als conrector gekozen Justinius Heck in plaats van Philippus Maestricht die van hier vertrokken is.
[[3]] Op 17 januari 1674 is als conrector gekozen Henricus Winter in de plaats van Justinus Heck, die overleden was.
[[4]] In augustus 1676 is als schrijfmeester op de Latijnse school aangenomen (op dezelfde voorwaarden waarop eerder meester Samuel Gallois, hiervandaan vertrokken, aangenomen was) Marc Antoine de Sauve.
[[5]] De heren schoolbestuurders hebben in de Burgemeesterskamer meegedeeld dat enige jaren geleden vanwege zijn leeftijd
[1] [Johannes Hellenius gekozen als rector] in de marge
[2] [Justinus Heck als conrector] in de marge
[3] [Henricus Winter als conrector] in de marge
[4] [Marc Antoine de Sauve als schrijfmeester] in de marge
[5] [Verzoek van de heren schoolopzieners om] in de marge
13v

[[1]] van michiel Hoccius in sijn leven meester van de
eerste schole, de scholen waren geredu-
ceert van vier tot drie, soodanich dat het
tractament van den selven Hoccius echter
by de Heeren scholarchen van de Stadt soude
worden getoucheert ende daer van aenden
selven tot een Jaerlycxe recognitie syn
leven lanck geduyrende gegeven een somme
van hondert vijftich gulden, ende de Heeren
scholarchen van de vordere penningen
gedisponeert soo als sy ten meesten dienste
van de schole souden bevinden te behooren,
dat daer op gevolcht sijnde dat de voorseide
vordere 300 guldens sijn verdeelt onder den Rector,
Conrector ende derden meester, oock deser werelt
was comen te overlyden den geseyden michiel
Houckius ende daer door synde komen op te houden
de voorseide recognitie off lijfpensioen van hondert
vijftich guldens, nu twee Jaren geleden bij
provisie en tot nader ordre goet gevonden
was van de voorseide 150 gulden te vereeren voor
derselver extraordinaris moeijten den rector
twee entseventich gulden, den conrector
twee en veertich guldens, ende den derden
meester Ketel ses en dartich gulden, dat de geseyde Heeren
scholarchen considererende t’begin vant accres
der voorseide schole ende de apparentie vant
vorder toenemen vande selve haer verplicht
gevonden hadden, haer Achtbaren in bedencken te
geven off men niet daerom en tot meerder
luijster vande geseyde scholen deselve niet
wederom tottet getal van vieren behoorden
geaugmenteert te worden, slaende met
eenen voor dat men om uyt te vinden het
tractement voor den vierden aentestellen
meester eerst soude konnen emploijeren
de voorseide hondert vijftich gulden die aenden
geseyden Hoccius tot een lijfpensioen syn
gegeven geweest, hondert twintich gulden
uyt de revenuen vande scholasterije syn de
[1] [van de Latijnsche / schole weder / te brengen van / drie op vier / met aenwijsinge / waer het Tractement / te vinden] in de marge
[[1]] Michiel Houckius tijdens zijn leven schoolmeester van de eerste school overbodig was De scholen waren gereduceerd van 4 naar 3. Het traktement van deze Houckius echter zou door de heren schoolbestuurders van de stad worden ontvangen en daarvan zou aan Houckius zijn leven lang jaarlijks 150 gulden pensioen betaald worden. Zodat de heren schoolbestuurders konden beschikken over het resterende geld en zodat ze het zo konden besteden dat het op de beste wijze ten goede zou komen aan de school. Daaruit volgde dat de genoemde 300 gulden zijn verdeeld onder de rector, de conrector en derde schoolmeester. Toen de genoemde Michiel Houckius kwam te overlijden, hield de hiervoor genoemde betaling van 150 gulden als pensioen op. Dat was nu 2 jaar geleden als tijdelijke maatregel. Tot nader order werd goed gevonden om van de 150 gulden als blijk van waardering voor de buitengewone inspanningen van genoemde personen de rector 72 gulden, de conrector 42 gulden en de derde schoolmeester Ketel 36 gulden te geven. De genoemde heren schoolbestuurders, die het begin van de groei van de genoemde scholen en de duidelijke verdere groei van de genoemde scholen vaststellen, hebben zich verplicht gevoeld om in overweging te geven of het niet tot meerdere luister van de genoemde scholen zou leiden als die weer tot het aantal 4 verhoogd zouden worden. Men stelde meteen voor, om uit te zoeken of ze, voor het traktement voor de vierde aan te stellen schoolmeester van de 150 gulden die voor de genoemde Houckius zijn pensioen was geweest, 120 gulden konden gebruiken uit de revenuen van de scholengemeenschap, zijnde
[1] [Om de Latijnse scholen weer te brengen van 3 op 4 met aanwijzingen waar het traktement te vinden] in de marge
14r

circum circa soo veel als het minerval jaerlycx
comt te bedragen, ende Laetstelyck hondert
[[1]] gulden uyt des Stadts finantien maeckende
t’samen drie hondert seventich gulden, ende
dat de gedachten wel souden loopen in cas
alle t’gene voorseide is haer achtbaren mochte
aengenaem sijn daer toe met goetvinden
van Haer Achtbaren ende met advijs van de aen-
comende Heeren scholarchen aen te stellen
Isaac Hellenius Sone van den jegenwoordigen
Rector Hellenius, waer op by de Heeren
[[2]] Burgermeesteren eerst gedelibereert synde hebben
Haer Achtbaren de voorseide augmentatie metten
gevolge ende aencleven vandien wel laten
gevallen, ende goetgevonden, dat voor soo veel
de hondert gulden die uyt Stadts finantien
sullen mochten worden gefurneert implicere een
belastinge by d’eerste occasie d’jntentie van de
Heeren van de vroetschap sal werden verstaen, en
is vervolgens oock met onderlingh goetvinden
van de Heeren Burgermeesteren ende met advijs
van de aencomende Heeren scholarchen totte
vierde meester met eenparicheijt van stemmen
verkosen den geseijden Isaac Hellenius.
Actum den ixen Januarij 1677. Bij d’Heeren
Burgermeesteren.
Extract uyt t Vroetschapboeck
der Stadt Goude
D’Heeren Burgermeesteren hebben omstandigh bericht
[[3]] in wat vougen met goetvinden van haer Achtbaren
goetgevonden was de Latijnsche schole die voor
desen waren gereduceert van vier tot drie scholen
wederom te brengen op het getal van vieren ende
dat sy haer Achtbaren hadden uytgevonden een fons
waer uyt den vierden meester Jaerlijcx soude
[1] [Tractement / begroot op / 370 gulden] in de marge
[2] [wort beijde / bij de heeren / Burgermeesteren / geapprobeert] in de marge
[3] [Approbatie / vande Vroetschap / op der voorseide / resolutie] in de marge
ongeveer zo veel als het schoolgeld jaarlijks bedraagt.
[[1]] En tenslotte 100 gulden uit de stedelijke financiën en dat bij elkaar maakt 370 gulden. De gedachten gaan hierbij uit naar het geval dat al voorgelegd is. Het zou de achtbare heren aangenaam zijn met hun goedkeuring en met het advies van de heren schoolbestuurders aan te stellen Isaac Hellenius, zoon van de huidige rector Hellenius.
[[2]] Hierna hebben de heren burgemeesters eerst beraadslaagd over de hiervoor genoemde uitbreiding met de gevolgen en diverse betreffende zaken en daarna hebben ze wel toestemming verleend en hebben ze het goedgevonden. Wat betreft de 100 gulden die uit de financiën van de stad zouden kunnen worden verschaft, houdt dat in een belasting bij de eerste gelegenheid. De bedoeling van de heren van de vroedschap zal worden begrepen en bovendien wordt ook met onderling goedvinden van de heren burgemeesters en met advies van de aankomende heren schoolbestuurders als vierde schoolmeester unaniem de genoemde Isaac Hellenius gekozen.
Waarvan akte op 9 januari 1677. Door de heren burgemeesters.
Uittreksel uit het vroedschapsboek van Gouda.
[[3]] De heren burgemeesters hebben omstandig bericht op welke wijze, onder goedvinden van de achtbare heren dat de Latijnse school, die hiervoor was gereduceerd van 4 tot 3 scholen, dit aantal weer te brengen op het getal van 4 en dat zij, de achtbare heren, een fonds hadden gevonden waaruit de vierde schoolmeester jaarlijks
[1] [traktement begroot op 370 gulden] in de marge
[2] [wordt beide door de heren burgemeesters goedgekeurd] in de marge
[3] [Goedkeuring van de vroedschap op het eerdergenoemde besluit] in de marge
14v

konnen worden betaelt, een tractement
van drie hondert seventich gulden uyt de
Incompste vande scholasterije, als maer
de Heeren vande vroetschap konden goetvinden
de scholasterije Jaerlijcx te subsidieren
met een somme van hondert guldens
waer op gedelibereert sijnde is goetgevonden
en de verstaen, dat wederom een vierde
Latijnse schole sal werden opgerecht ende
inde versochte subsidie te consenteren.
Actum ter Vroetschap den xviij January 1677
Staet int cort vande
Incomsten de scholarchie
competerende opgestelt
den ixen January 1677. dage
vant slot vande laetste
reeckeninge van Jan van
Hoorn Rentmeester van deselve
scholarchie.
De Incompsten vande Turftonne
renderende nu bij accoort Jaerlycx 315-0-0
t’jaer vervallen den 22en Junij 1676 is by de
voorszeide laetste reeckeninge verantwoort.
De Incomste van de Runnetonne die
mede jaerlijcx by accort rendeert 25-0-0
het rantsoen vande voorseide 315-0-...... 15-15-0
het rantsoen vande Runnetonne 1-5-0
Een Rentebrieff van 20 gulden ……… tot
laste van Hendrick Jacobszoon Loij spruij
tende uyt de vercochte huijsges dus 20-0-0
t jaer renten vervallen Meije 1676 is by de voorzeide
laetste reeckeninge verantwoort. ---------------
377-0-0
een traktement zou kunnen worden betaald van 370 gulden uit de inkomsten van de scholengemeenschap. Dit indien de heren van de vroedschap het goedkeuren dat de scholengemeenschap jaarlijks een subsidie krijgt van 100 gulden. Daarover is beraadslaagd en het is goedgevonden en begrepen dat weer een vierde Latijnse school zal worden opgericht en de gevraagde subsidie zal worden verleend.
Waarvan akte door de vroedschap op 18 januari 1677.
Korte staat van de inkomsten van de scholengemeenschap aan wie zij toebehoren opgesteld op 9 januari 1677, de dag van het slot van de laatste rekening van Jan van Hoorn, rentmeester van deze scholengemeenschap.
De inkomsten van het turf tonnen
waarvan de opbrengst met instemming jaarlijks vervalt
op 22 juni 1676 en zijn verantwoord
bij de bovengenoemde laatste rekening 315-0-0
De inkomsten van het water tonnen
die ook jaarlijks met overeenstemming opbrengen 25-0-0
Het rantsoen van de genoemde 315-0-0 15-15-0
Het rantsoen van het water tonnen 1-5-0
Een rentebrief van 20 gulden ten laste van
Hendrick Jacobszoon Loij die voortkomt uit de verkochte huisjes
dus de jaarrenten vervallen in mei 1676 en
zijn bij de genoemde laatste rekening verantwoord 20-0-0
---------------
377-0-0
15r

377-0-0
[in de marge folio 7450]
Een Rentebrieff tot laste vant
gemeene lant opt cantoor van Gou
da Jaerlycx - - - - - - - - - - 30-0-0
t’jaer renten vervallen den iiijen July 1676
is verantwoort als vooren.
[in de marge folio 7243]
Een Rentebrieff aengecocht den xxiiijen
December 1675 van duysent gulden
capitaels Jaerlycx - - - - - - - - - 40-0-0
t’jaer renten vervallen den jen november 1676 ---------------
moet verantwoort worden. 447-0-0
Den Rendant is bij slot vande laetste
reeckeningh schuldich gebleven
591-7-12
Het minerval uytgelaten om dat
het selve circum circa jaerlijcx
aende jongste meester sal moeten
uytgekeert worden.
Extract uyt t’Camerboeck
der Stadt Goude
[[1]] Alsoo door t’overlyden vanden rector Hellenius is comen te
vaceren het rectoraetschap deser Stadt, Is naer deliberatie
goet gevonden ende verstaen d’Heeren scholarchen t’authoriseren
nae een goet rector omme te sien, ende deselve aende
Heeren Burgermeesteren voor te stellen.
Actum den 31 Januarrij 1678. By d’Heeren Burgermeesteren.
[[2]] Ander Extract.
D’Heeren scholasters uyt crachte vanden authorisatie op
deselve gegeven, hebben tot rector inde latijnse schoole
alhier voorgedragen, den persoon van Johannis Verweij, meester
in de Latynse schole tot Delft, ende omstandich verhael gedaen
van de kunstschappen die deselve Heeren hadden ontfangen vande
Capaciteijt ommeganck ende Leven vanden voorseide Verweij Syn
gemelte Heeren scholarchen bedanckt voor haer genomen
moeijten, verclaren deselve voor aengenaem, ende dien-
volgende den opgemelten Verweij geeligeert tot Rector der
voorgemelten schoole, in plaets van den overleden
Rector Hellenius, ende worden wyders meergemelte
Heeren scholarchen versocht metten selven Verweij, op de
Emolumenten aen t’voorseide ampt behoorende, op te
richten soodanigen contract op approbatie van de Heeren
Burgermeesteren als deselve ten meesten dienste vanden schole
bevinden sullen te behooren.
Actum den 23 februarij 1678 Bij d’Heeren Burgermeesteren
[1] [auctorisatie om / een rector te kiesen] in de marge
[2] [Joannes verweij / tot Rector geeligeert] in de marge
377-0-0
[in de marge folio 7450]
Een rentebrief ten laste van gemeenschappelijk land
op het kantoor van Gouda jaarlijks 30-0-0
De jaarrenten vervallen op 4 juli 1676
en zijn verantwoord zoals hierboven.
[in de marge folio 7243]
Een rentebrief, aangekocht op 24 december 1675
voor een kapitaal van 1000 gulden jaarlijks 40-0-0
De jaarrenten vervallen op 1 november 1676 ---------------
moeten verantwoord worden 447-0-0
De comptabele is tenslotte bij de laatste rekening schuldig gebleven 591-7-12
Het schoolgeld eruit gelaten omdat dat ongeveer jaarlijks aan de jongste schoolmeester zal moeten worden uitgekeerd.
Uittreksel uit het Kamerboek van Gouda.
[[1]] Aldus is door het overlijden van rector Hellenius de functie van rector in deze stad vacant geworden. Na beraadslagingen is men overeengekomen de heren schoolbestuurders te machtigen naar een goede rector uit te zien en die aan de heren burgemeesters voor te stellen.
Waarvan akte op 31 januari 1678, door de heren burgemeesters.
[[2]] Ander uittreksel.
De heren schoolbestuurders, op basis van de machtiging die hun is verleend hebben, als rector van de Latijnse school alhier, voorgedragen Johannis Verwey, een schoolmeester op de Latijnse school in Delft. Zij hebben uitvoerig verslag gedaan van de inlichtingen die de genoemde heren hadden ontvangen over de bekwaamheid, omgangsvormen en levenswandel van de hiervoor genoemde Verwey. De genoemde heren schoolbestuurders worden bedankt voor de genomen moeite. Wij verklaren dat het voorstel ons bevalt en dus is genoemde Verwey gekozen tot rector van de genoemde school, op de plaats van de overleden rector Hellenius. De al vaker genoemde heren schoolbestuurders worden verzocht met die Verwey, op basis van de emolumenten die bij het genoemde ambt horen, een zodanig contract op te stellen dat het de goedkeuring van de heren burgemeesters krijgt omdat het de beste dienst voor de scholen zal blijken te zijn.
Waarvan akte, op 23 februari 1678. Door de heren burgemeesters.
[1] [autorisatie om een rector te kiezen] in de marge
[2] [Johannis Verwey tot rector gekozen] in de marge
15v

Extract uyt t’Camerboeck
der Stadt Goude.
[[1]] Op huyden den iiijen maert 1678 hebben de
Heeren Curatoren van de Latijnse schoolen
deser Stadt Goude (ingevolge van de acte
van authorisatie vande Heeren Burgermeesteren
der voorseide Stadt in date den xxiijen februarij
laetstleden, geeligeert ende aengenomen
tot Rector der voorseide scholen in plaetse van
Den Heer Johannes Hellenius onlangs overleden
den Heer Johannes verweij, ondermeester inde
Latijnse schoole tot Delft voor den tijt
van seven eerstcomende ende achter eenvolgende
Jaren, daer van het eerste Jaer ingaen sal
den jen meije 1678 ende t’laetste expireren
den laetsten April 1685. ende dat op een
tractement van ses hondert vijftich gulden
jaerlijcx te betaelen alle vierendeel Jaers
een gerecht vierdepart by den Tresorier
deser Stadt, met noch hondert gulden jaerlijcx
die betaelt worden by d’Heeren fabrijckmeesteren
inplaetse van Turff en hout die voorgaende
rectoren plachten te genieten, mitsgaders
noch hondert guldens extraordinaris Jaerlijcx
die uyt de middelen ende Inkomen vande
scholasterie betaelt sullen worden, maeckende
t’samen een somme van acht hondert vijftich
gulden, des dat den Rector voorseide noch sal
genieten vrydom van alle de Stadt excijnsen
ende het minerval van sijne ofte de hoogste schoole
met noch thien gulden Jaerlycx van de
Heeren fabrijckmeesteren, daer vooren hy het
woonhuys ende scholen die hy sonder huyre
[1] [Contract met / Johannes Verweij als / Rector] in de marge
Uittreksel uit het Kamerboek van Gouda.
[[1]] Heden 4 maart 1678 hebben de heren curatoren van de Latijnse school van Gouda (als gevolg van de akte van autorisatie van de heren burgemeesters van de hiervoor genoemde stad d.d. 23 februari jl.) gekozen en aangenomen als rector van de voornoemde scholen in plaats van de heer Johannes Hellenius, onlangs overleden, de heer Johannes Verwey, hulpschoolmeester op de Latijnse school in Delft, voor de tijd van 7 aansluitende en achtereenvolgende jaren, waarvan het eerste jaar zal ingaan op 1 mei 1678 en het laatste zal aflopen op 30 april 1685. Voor een loon van 650 gulden per jaar te betalen als een wettig kwart per kwartaal door de thesaurier van de stad plus nog 100 gulden per jaar die betaald worden door de heren fabriekmeesters[2], in plaats van de turf en het hout dat de voorgaande rectoren altijd kregen. Bovendien nog 100 gulden extra per jaar die uit de middelen en het inkomen van de scholengemeenschap betaald worden. Hetgeen samen een som maakt van 850 gulden. Daarboven zal de genoemde rector vrijgesteld zijn van alle accijns van de stad en het schoolgeld van zijn of van de hoogste school met nog 10 gulden per jaar van de heren stadstoezichthouders waarvoor hij het woonhuis en de scholen die hij zonder huu
[1] [Contract met Johannes Verwey als rector] in de marge
[2] het beheer van de stadskas was toevertrouwd aan een thesaurier-ontvanger en twee thesaurier-fabriekmeesters. Alle drie waren zij lid van de vroedschap. De fabriekmeesters hielden de rollen van fabricage bij. Hierin werden alle uitgaven geboekt die gemaakt waren bij de uitvoering van werkzaamheden waarvoor de stad opdracht had gegeven.
16r

te betaelen sal bewoonen, van binnen glasdicht
sal moeten onderhouden, ende oock leveren ter
expiratie van synen dienst, ende sal gemelten
rector geduyrende de voorseide seven Jaren geen
ander rectoraet off ander employ mogen
aennemen als met expres consent van de
voorseide Heeren Curatoren, doch alles op approbatie
vande gemelte Heeren Burgermeesteren
D’Heeren Burgermeesteren gelesen hebbende t’boven-
staende accoort by d’Heeren Curatores van de
scholen deser Stadt gemaeckt ende aengegaen
met Johannes Verweij hebben t’selve geadvoyeert
ende geapprobeert, gelyck sy luyden t selve
advoijeren ende approberen by desen, ende werden
de gemelte Heeren Curatores bedanckt voor
hare gedane moeijten
Den xxven Meije 1678
[[1]] Is geresolveerd ende verstaen, dat ten aensien vande
goede diensten by den Rector Johannes Hellenius
saliger aen de scholen gedaen aen desselfst weduwe sal
worden toegevoecht ende betaelt tot een honorarium
de somme van hondert guldens, ende daer toe
ordonnantie op den rentemeester Jan van
Hoorn gedepescheert.
Den xiijen September 1678
[[2]] Is geresolveert ende verstaen dat den rector Verwey
sal worden toegevoecht ende betaelt de somme
[1] [honorarium aende / weduwe van den Rector / Johannes Hellenius] in de marge
[2] [Rector Verweij / 50 gulden voor transport / van syn goederen] in de marge
te betalen, zal bewonen. Hij moet ze van binnen glasdicht onderhouden en zo ook opleveren bij het aflopen van zijn dienst. Genoemde rector zal gedurende de eerdergenoemde 7 jaren geen ander rectoraat of ambt mogen aannemen zonder uitdrukkelijke toestemming van de genoemde heren curatoren, maar alles onder goedkeuring van de genoemde heren burgemeesters.
De heren burgemeesters hebben gelezen het bovenstaande akkoord, dat door de heren curatoren van de scholen van deze stad is opgesteld en aangegaan met Johannes Verwey en zij hebben het bevestigd en goedgekeurd. Evenzo bevestigen zij het hierbij zelf en keuren het goed. En de genoemde heren curatoren worden bedankt voor hun gedane moeite.
25 mei 1678
[[1]] Er is besloten en begrepen dat vanwege de goede diensten die rector Johannes Hellenius zaliger aan de scholen verleend heeft, aan zijn weduwe als geldelijke vergoeding zal worden gegeven en betaald de som van 100 gulden. Daarvoor krijgt de administrateur Jan van Hoorn het bevel en de opdracht.
13 september 1678
[[2]] Er is besloten en begrepen dat aan rector Verwey zal worden toegevoegd en betaald de som
[1] [Geldelijke vergoeding aan de weduwe van de rector Johannes Hellenius] in de marge
[2] [Rector Verwey 50 gulden voor transport van zijn goederen] in de marge
16v

van vijftich guldens, omme daer uyt te
vervallen d’oncosten van het transport van sijne
meubile goederen van Delft herwaerts, ende
het schoonmaecken van het woonhuys in de
Latijnse schole, Daer toe ordonnantie op den Rentmeester
Jan van Hoorn sal worden gedepescheert.
Den xxviijen December 1678
[[1]] Is geresolveert ende verstaen, dat int formeren
van de Reeckeninge vande scholasterije by
den Rentmeester in der tijt sal worden geobserveert
den voet ende forme vande 69e Reeckeninge
van Jan van Hoorn op huijden gesloten ende
dat derhalven den ontfangh sal werden verdeelt
in vier Capittelen, te weten, Het je meldende
vande Turff ende Runnetonne pacht met de
Rantsoenen, Het tweede van de schoolgelden
Het derde vande Renten, ende het laetste
Capittel van extraordinaris Ontfangh, met
het Slot van voorgaende reeckeninge.
Dat den uytgeeff sal worden verdeelt in twee
Capittelen, het eerste spreeckende van
Tractementen, het andere van diversche
respecten, daer in de verteringen, allerleij
behoeften en andere extraordinaris lasten
begrepen sullen syn.
Dat wyders in yder reeckeninge een geheel Jaer
van alle het Incomen sal moeten worden
verantwoort, de verschyndagen genomen, na deselve
inde voorseide 69e reeckeninge geexpresseert staen.
[1] [Forme vande te / doene Reeckeninge] in de marge
van 50 gulden om daarmee de onkosten te betalen van het transport van zijn wooninrichting vanuit Delft naar hier plus het schoonmaken van het woonhuis in de Latijnse school. Daarvoor krijgt de administrateur Jan van Hoorn het bevel en de opdracht.
28 december 1678
[[1]] Er is besloten en begrepen dat bij het opstellen van de rekeningen van de scholengemeenschap door de administrateur mettertijd, de grondslag en het model van de 69e rekening van Jan van Hoorn, die heden vastgesteld wordt, in acht zullen worden genomen. Dat daarom de ontvangen gelden zullen worden verdeeld in vier delen namelijk: het eerste vermeldt de pacht van het turf en water tonnen plus het opgeld, het tweede het schoolgeld, het derde de rente en de laatste afdeling was van de bijkomende ontvangen gelden plus het eindcijfer van voorgaande rekeningen.
Dat de uitgaven zullen worden verdeeld in 2 delen, waarbij het eerste zal gaan over traktementen, het tweede zal gaan over diverse zaken, waarin de verteringen, allerlei behoeften, en andere bijkomende kosten begrepen zullen zijn.
Dat bovendien in iedere rekening gedurende een heel jaar al het inkomen zal moeten worden verantwoord, de vervaldagen zullen moeten worden verleden zoals deze in de bovengenoemde 69e rekening bekend staan.
[1] [Vorm van de te maken rekening] in de marge
17r

Gelijck oock mede op den selven voet geleden
sullen worden in uytgeeff de Tractementen
en wat de resterende posten van uytgeeff
belanght, dat alle lasten t’sij ordinaris off
extraordinaris in ijder Jaer gevallen t’elckens
in de reeckeninge gebracht ende geleden sullen worden,
op dat yder jaer syn eygen lasten mach dragen,
en sal Jaerlijcx de reeckeninge inde maent van
December worden gedaen, en van desen
extract gegeven aen den Rentmeester inder tijt,
om hem daer na precise te reguleren
[[1]] Alsoo de Turffmaet by resolutie van de Heeren
Staten van Hollant en Westvrieslant door de
geheele provintie is geesgaleert geworden
ende vervolgens in dese Stadt merckelijck
vercleynt hebben de Heeren scholarchen nader
gecontracteert ende verdragen met Gerrit maerlingh
als pachter vande Turftonne, Dat hy voor
syne twee resterende Jaren pachts jngegaen
sijnde den xxije Junij 1678 in plaetse van Drie
hondert vyfthien gulden sal betaelen drie
hondert vijftich gulden voor yder Jaer pacht
met een stuyver van Rantsoen naer advenant
ende sal van desen extract gegeven worden
aen den Rentmeester Jan van Hoorn om hem
daer naer te reguleren.
[1] [Contract met / Gerrit Maerlingh / wegens de Turff- / tonnen] in de marge
Zo zullen ook op dezelfde wijze in de uitgaven de traktementen en wat er aan overblijvende posten tot de uitgaven behoort, worden vermeld. En dat alle lasten, zowel de gewone als de buitengewone, in ieder jaar telkens in rekening gebracht en vermeld zullen worden opdat ieder jaar zijn eigen lasten draagt. En dit zal jaarlijks in de afrekening in de maand december worden gedaan. Hiervan zal een uittreksel aan de dienstdoende ontvanger worden gegeven zodat hij de zaken nauwkeurig kan ordenen.
[[1]] Nu de turfmaat door het besluit van de heren van de Staten van Holland en West-Friesland voor de hele provincie is gaan gelden, waarvan het gevolg is dat de turfmaat voor deze stad duidelijk kleiner is geworden, hebben de heren schoolbestuurders met Gerrit Maerlingh als pachter van het turf tonnen een nieuw contract en verdrag opgesteld. Dat hij voor zijn 2 resterende jaren pacht met ingang van 22 juni 1678 in plaats van 315 gulden, 350 gulden voor ieder jaar pacht zal betalen plus een stuiver opgeld in evenredigheid daarmee. Hiervan zal een uittreksel gegeven worden aan de ontvanger Jan van Hoorn om daarnaar te handelen.
[1] [Contract met Gerrit Maerlingh vanwege het turf tonnen] in de marge
17v

[[1]] Op de Conditien ende Voorwaerden hiernaer
beschreven, Hebben de Heeren scholarchen
der Stadt Goude aengenomen magistrum
Samuel Muncquerus om den schooldienst
vant tweede school als Conrector te bedienen.
Dat hy hem onder de directie vanden Rector
ende met den selven ende alle andere sijne
mededienstmeesters in alle vreede ende
eenigheyt sal mogete dragen.
Ende dat hy de schole ende kinderen op sulcke
uyren ende naer sulcke wetten ende ordre als voor
desen gestelt syn, ofte noch tot meeste
voordeel vande Jeucht by de heeren
scholarchen inder tijt sullen mogen
gestelt worden, sal hebben te regieren ende
waer te nemen.
Dat hy oock geene Discipulen particulierlijck
sal mogen Institueren t’sy off deselve
de publijcque schole frequenteren ofte niet,
als met believen ende consent vande
voorseide Heeren scholarchen, sonder by hem
selven op eenigerley manieren hierinne
eenige veranderinge te maecken, ofte in
te voeren, alles tot meesten dienste vande
schole ofte kinderen.
Dat hy des Sondaechs ter predicatie
op syn tourbeurt met de scholieren ter
kercke sal moeten gaen omme te
verhoeden dat eenige ontucht int gaen
ende keeren by de scholieren soude
worden bedreven.
[1] [Contract met Samuel Mun- / querus Conrector] in de marge
[[1]] Op de condities en de voorwaarden die hierna worden beschreven, hebben de heren schoolbestuurders van Gouda schoolmeester Samuel Muncquerus aangenomen om in dienst te treden bij de 2e school als conrector.
Dat hij zich onder leiding van de rector en met hem en alle andere collega’s zich in alle rust en eenheid zal believen te gedragen.
En dat hij de school en de kinderen op zodanige tijden en volgens zodanige regels en orde als hiervoor gelden, of alsnog tot het grootste voordeel van de jeugd door de heren schoolbestuurders in de toekomst kunnen worden vastgesteld, zal moeten leiden en waarnemen.
Dat hij ook geen leerlingen particulier zal mogen onderwijzen, of ze de openbare school bezoeken of niet, tenzij met goedkeuring en instemming van de voornoemde heren schoolbestuurders. Hij mag hierin op geen enkele wijze een verandering toepassen of invoeren. Dit alles met het oog op het grootste nut voor de school of de kinderen.
Dat hij op zondag voor de preek, op zijn beurt, met de scholieren naar de kerk zal moeten gaan om te voorkomen dat er door de scholieren kattenkwaad wordt uitgehaald op de heen- en de terugweg.
[1] [Contract met Samuel Munquerus, conrector] in de marge
18r

Dat desen synen dienst sal duijren tot
kennelijcken wederseggen toe, ende ingaen
den jen September xvjc tachtich geduijrende
welcken tijt hy om geenderley oorsaken
de schole sal mogen verlaten dan met
believen ende consent vande Heeren
scholarchen in der tijt.
Dat hy hem vorders in desen synen dienst
alsoo quiten ende gedragen sal, als een vroom
ende getrou Conrector schuldich is ende
behoort te doen, voor welcken dienst hem
by de Heeren scholarchen Jaerlijcks is
toegevoecht ses hondert gulden tot xl
grooten t’stuck te betalen by de vieren-
deel Jaers, Ten oirconde is desen by de
Heeren scholarchen ende den voornoemde Samuel
Muncquerus onderteyckent op den xxxjen
Augusty xvjc tachtich.
Den xxvijen December 1681
[[1]] Alsoo by experientie ondervonden is, Dat de
Discipulen inde respective schoolen meerder
aen haer meesters betaelen voor schoolgelt
als sy schuldich sijn en malkanderen daer
door soecken te verkloecken, en haer inde
gunst vande respective meesters te jnsinueren
waer door dickwils gebeurt, dat door
[1] [ordre op het / schoolgeld] in de marge
Dat zijn dienst zal duren totdat die duidelijk wordt opgezegd en de dienst zal ingaan op 1 september 1680. Gedurende die tijd zal hij door geen enkele oorzaak de school mogen verlaten zonder goedkeuring en instemming van de heren schoolbestuurders in die tijd.
Dat hij bovendien deze dienst van hem volbrengen zal en zich gedragen zal zoals een vrome en trouwe conrector verschuldigd is en behoort te doen. Voor die dienst wordt hem door de heren schoolbestuurders jaarlijks 600 gulden betaald door 11 groten per stuk te betalen per kwartaal. Deze officiële verklaring is door de heren schoolbestuurders en de hiervoor genoemde Samuel Muncquerus ondertekend op 31 augustus 1680.
27 december 1681
[[1]] Ook leert de ervaring dat de leerlingen in de respectievelijke scholen meer geld aan hun schoolmeesters betalen dan zij verschuldigd zijn. Daarmee proberen zij elkaar te slim af te zijn en zich in te dringen in de gunst van de respectievelijke leraren. Daardoor gebeurt het dikwijls dat
[1] [Regel met betrekking tot het schoolgeld] in de marge
18v

gunst ofte wangunst dese off gene wert
gedegouteert en syn lust inde studie geblust
waer in d’Heeren scholarchen willende
voorsien, als een saecke ten hoogsten praejudi-
ciabel voor de jeucht, hebben eenparich
verstaen dat de respective Rector, Conrector
ende Subalterne meesters niet meerder
van yder discipul sal mogen nemen als
hier nae Staet gespecificeert.
Namentlyck in het school
vanden Rector voor yder ¼ Jaer 3-3-0
In het school vanden Conrector 2-10-0
In het school van ketel of iije school 2-0-0
In het laegste off vierde school 1-10-0
Is mede verstaen dat Jan Boon Bode
vande scholasterije voor het toecomende
in plaets van drie gulden drie stuyvers
jaerlycx sal genieten ses gulden ses stuyvers.
Den derden april 1684.
[[1]] De Heeren scholasters completelijck sijnde
vergadert, hebben in de plaets van den
overledenen Johan van Hoorn den oude,
tot Rentmeester van de scholasterie
aengestelt Monsieur philibert Delaet
op een jaerlijcx wedde ofte tractement
van dertigh caroli guldens.
[1] [Rentmeester / philibert de Laet] in de marge
door gunst of afgunst deze of gene werd ondergewaardeerd en zijn studiezin bedorven. Terwijl de heren schoolbestuurders dit willen voorkomen omdat het een hoogst schadelijke zaak is voor de jeugd. Zij hebben unaniem besloten dat de respectievelijke rector, conrector en schoolmeesters van lagere rang niet meer van iedere leerling zullen mogen ontvangen dan hierna is gespecificeerd.
Namelijk in de school
Van de rector voor elk kwartaal 3-3-0
In de school van de conrector 2-10-0
In de school van ketel of 3e school 2-0-0
In de laagste of 4e school 1-10-0
Er is tevens besloten dat Jan Boon, bode van de scholengemeenschap, in de toekomst in plaats van 3 gulden en 3 stuivers jaarlijks 6 gulden en 6 stuivers zal genieten.
3 april 1684
[[1]] De heren schoolbestuurders in voltallige vergadering bijeen, hebben in plaats van de overleden Johan van Hoorn de Oude als administrateur van de scholengemeenschap aangesteld de heer Philibert de Laet met een jaarlijkse wedde of traktement van 30 Karolingische guldens.
[1] [Administrateur Philibert de Laat] in de marge
19
Onderstaande tekst staat in het kopie exemplaar 0183.6 van het Resolutieboek. Bij tekst die overlapt met het originele exemplaar 0183.1 is de achtergrond lichtgrijs.
34r

Den 21 Augusti 1685
[[1]] Hebben de Heeren scholarchen
aan Hendrik van Os toegestaan,
de pagt van de Runnetonnen
van dit Loopende jaar, en Expireren-
de met den 22 Junij 1686 en dat
voor twintigh guldens, sijnde vijff
gulden meerder als tot nog toe heeft
gedaan,
Extract uijt t Ca-
merboek der stad Gouda,
[[2]] Js na deliberatie goed gevonden, en
verstaan, d’Edele Heeren scholarchen
te authoriseren gelijk dezelve ge-
authoriseert werden bij dezen
omme met Dr Johannes Verweij Rec-
tor van de Latijnsche schoole, wiens
Contract geexpireert is, op nieuws te
mogen Contracteren, en dat op onse
verdere approbatie, Actum den 14en
december 1685 bij de Heeren
[1] [Runnetonnen] in de marge
[2] [Authorisatie om / te renoveren t / contract met / Johannes Verweij / Rector,] in de marge
[[1]] Op 21 augustus 1685 hebben de heren schoolbestuurders ten gunste van Hendrik van Os ingestemd met de pacht van het water tonnen van dit lopende jaar, en eindigend op 22 juni 1686, voor twintig guldens, zijnde vijf gulden meer dan tot nog toe.
Uittreksel uit ‘t Kamerboek van Gouda.
[[2]] Na overleg is overeengekomen om de Edele heren schoolbestuurders te autoriseren net zoals zijzelf geautoriseerd werden door dezen om dr. Johannes Verweij, rector van de Latijnse school, wiens contract is afgelopen, opnieuw te mogen contracteren, en dat door onze goedkeuring, waarvan akte op 14 december 1685 door de heer
[1] [Het water tonnen] in de marge
[2] [Autorisatie om het contract te vernieuwen met Johannes Verweij, rector] in de marge
34v

Burgermeesteren Adriaan Van Groenendijck
[[1]] Overmits het Contract van den 4e maart
1678, waar bij de Heeren Curatoren van de
Latijnsche schoolen binnen deze stad
Gouda, Dr Johannes Verweij hadden aan-
genoomen tot Rector over dezelve schole
voor den tijt van zeven jaren, was komen
te Expireren met den laasten April dezes
jaars 1685, soo hebben gemelte Curatoren
Jngevolge van de acte van Authorisatie
van de Heeren Burgermeesteren deser
stad in dato den 14e December daar
aan volgende, denzelver Dr Johannes
Verweij GeContinueert voor nog andere
eerst komende zeven jaren, waarvan
het laaste sal Expireren met den
laasten April 1692, Ende dat op
een Tractement van seshondert vijf-
tig gulden jaarlijx, te betalen alle
vieren deel jaars, een geregte vierde
part by den Thezaurier dezer
[1] [Renovatie Con- / tract Johannes / Verweij, Rector] in de marge
Burgemeester Adriaan van Groenendijck.
[[1]] Omdat het contract van 4 maart 1678, waarbij de heren curatoren van de Latijnse school binnen Gouda dr. Johannes Verweij hadden aangenomen tot rector over dezelfde school voor de duur van zeven jaar, was verlopen per eind april 1685, hebben genoemde curatoren ingevolge de akte van autorisatie van de heren burgemeesters van deze stad per 14 december daaropvolgend, de rectorsfunctie van dezelfde dr. Johannes Verweij verlengd voor nogmaals zeven jaar, waarvan het laatste eind april 1692 zal verlopen. En wel voor een traktement van zeshonderd vijftig gulden per jaar, te betalen ieder kwartaal een vierde deel door de thesaurier van deze
[1] [Vernieuwing contract Johannes Verweij, rector] in de marge
35r

Stadt, nog hondert gulden jaarlijx die
betaald werden by de Heeren Fabrijk-
meesteren in plaatse van turf, en Hout
die voorgaande Rectoren plagten te
genieten nog tweehondert guldens
Extra ordinaris jaarlijx die uijt de
middelen en inkomen van de scho-
larchie betaalt sullen werden, En
dat nog de Dispositie van t Huijsje
naast de Latijnsche school voor dezen
gedesigneert tot een woonplaats voor
Dr Ketel, omme het zelve aan sig te
houden, ofte tot sijnen profijte te ver-
huijren, makende te samen boven
het voorseide Huijsje een somme van
Negen hondert,
en vijftigh guldens,
Daar en boven sal den voorseide Rector
nog genieten vrijdom van alle de
stads Excijnsen, ende het minerval
van sijne ofte de Hoogste schoolen,
mitsgaders nog tien gulden jaarlijx
van de Heeren Fabrijcken, daarvooren
stad. Ook nog honderd gulden per jaar die betaald wordt door de heren stadstoezichthouders in plaats van turf en hout die voorgaande rectors plachten te genieten, en nog tweehonderd gulden extra per jaar die uit de middelen van het schoolbestuur betaald zullen worden. En ook nog de beschikking over het huisje naast de Latijnse school, eerder bestemd tot woonplaats voor dr. Ketel, om het zelf te gebruiken ofwel tot zijn voordeel te verhuren, makende tezamen boven het voornoemde huisje de som van negenhonderd
en vijftig gulden. Bovendien zal de hiervoor genoemde rector ook vrijdom genieten van alle belastingen van de stad en het schoolgeld van zijn of de hoogste school ontvangen tezamen met tien gulden jaarlijks van de heren stadstoezichthouders, waarvoor
20r

en vijftigh guldens: daer en boven sal den
voorseide Rector nogh genieten vrijdom van
alle de Stads Exeijnsen, ende het minerval
van Sijne ofte de hoogste schoolen, mitsga-
ders nogh thien gulden jaerlijcx vande
Heeren Fabricken, daervoren hij de schoolen
ende het woonhuijs hetwelcke hij sonder
huijre te betalen sal bewoonen van binnen
sal moeten glas dicht onderhouden ende
leveren ter expiratie van synen dienst
voor soo veel de voorseide glasen door on-
achtsaemheijt ofte moetwil van sijne
familie ofte Costkinderen gebroocken waeren
geweest; En sal gemelten Rector niet
alleen geduijrende de voorseide seve jaeren
maer oock naer expiratie vandien meer
andere seven jaeren die hij bij de Heeren
Curatoren op het voorseide Tractement ende
Conditien gecontinueert soude mogen
werden, geen ander Rectoraet ofte em-
ploij mogen aennemen als met expres
consent ende inwilliginge van Curatoren
voorseide doch dit alles op approbatie
van gedachte Heeren Burgermeesteren
actum 3 January 1686.
en vijftig gulden. Bovendien zal de hiervoor genoemde rector ook vrijdom genieten van alle belastingen van de stad en het schoolgeld van zijn of de hoogste school ontvangen tezamen met tien gulden jaarlijks van de heren stadstoezichthouders, waarvoor hij de scholen en het woonhuis, die hij zonder huur te betalen, zal bewonen, glasdicht zal moeten houden en opleveren na afloop van zijn dienst als de genoemde ruiten door onachtzaamheid of opzet van zijn familie of de kostgangers gebroken waren. Bovendien zal de genoemde rector niet alleen gedurende de hiervoor genoemde 7 jaar, maar ook na afloop daarvan, ook de 7 jaar die hij van de heren curatoren voor het genoemde loon en dezelfde voorwaarden zou mogen voortzetten, geen ander rectoraat of dienstverband mogen aannemen dan met uitdrukkelijke toestemming en inwilliging van de genoemde curatoren en dit alles onder goedkeuring van de geachte heren burgemeesters.
Waarvan akte op 3 januari 1686
20v

[[1]] Extract uijt t’Camerboek
der Stadt Gouda.
D’Heeren scholarchen volgens derselver
Authorisatie vanden xiiij december 1685
ter Camer geexhibeert hebbende seecker
Contract, op nieus aengegaen met d Heer Johannes
Verweij Rector in de Latijnsche schoole deser
Stadt met versoeck datter selve mochte
werden geapprobeert; waerop gedeli-
bereert sijnde Is goet gevonden ende
verstaen t voorseide Contract te approberen
ende te ratificeren, gelijck t’selve geappro-
beert ende geratificeert wort bij desen
volgens de registrature daer van gedaen
in’t negende Stadts register folio
Actum den 3en Januarij 1686. bij d’Heeren
Burgermeesteren A. van Groendijck.
Extract uijt ’t Camerboeck der
Stadt Gouda.
[[2]] de heeren scholarchen hebben ter Camer voor-
gedraghen, hoe dat den Heer Johan verweij Rector
inde Latijnse schole binnen deser Stadt sich voor haer
Edele hadde gepresenteert ende aengedient hoe dat
d’Heeren van S’Graevenhaege hem hadde beroepen
tot lector mitsgaders opsiender vande Latijnse
schole aldaer, ende versocht mits dien sijne dimissie,
[1] [approbatie] in de marge
[2] [dimissie Joannes / verwey Rector] in de marge
[[1]] Uittreksel uit het Kamerboek van Gouda.
De heren schoolbestuurders hebben volgens hun volmacht van de 14e december 1685 aan de Kamer een zeker contract voorgelegd opnieuw aangegaan met de heer Johannes Verwey, rector van de Latijnse school in deze stad met het verzoek om dit goed te keuren. Na beraadslagingen is het goedgevonden en begrepen om het bovengenoemde contract goed te keuren en te ratificeren, zodat het hierbij wordt goedgekeurd en geratificeerd, waarna vervolgens de registratie ervan plaatsvindt in het 9e stadsregister foliant. Waarvan akte op 3 januari 1686 door de heren burgemeesters. A. van Groenendijck.
Uittreksel uit het Kamerboek van Gouda.
[[2]] De heren schoolbestuurders hebben in de Kamer ingebracht dat de edele Johan Verwey, rector van de Latijnse school in deze stad, zich tot hen had gewend en had aangegeven dat de heren van ’s-Gravenhage hem hadden benoemd tot lector en bovendien tot schoolbestuurder van de Latijnse scholen aldaar en hij verzocht daarom te worden ontslagen.
[1] [goedkeuring] in de marge
[2] [ontslag van Johannes Verweij, rector] in de marge

