In 1513 heeft Reinier Snoij, vriend van Erasmus en arts van het klooster Stein, een boekje laten drukken met daarin een paar gedichten van Erasmus en zijn vriend Willem Hermansz.

Hij deed dat buiten medeweten van Erasmus. Hij dacht wellicht dat het geschikt lesmateriaal was voor de leerlingen van de Latijnse school. Het boekje is niet eerder in het Nederlands vertaald.
De ‘Groep Latijn’ van Gouda op Schrift heeft gezorgd voor transcriptie en vertaling van de jeugdgedichten van Erasmus uit het boekje Silva Carminum.

Inleiding

Inleiding Silva carminum.

Veertig jaar geleden werd de Stichting Vrienden van Archief en Librije opgericht. Het belangrijkste doel van de Stichting is om het Streekarchief Midden-Holland én de oude stadslibrije in materiële en immateriële zin te ondersteunen. In zijn veertigjarig bestaan heeft de Stichting o.a. geholpen bij de verzorging van particuliere archieven, de aanschaf van boeken, restauraties, en automatiseringsprojecten.
Om dit jubileum luister bij te zetten, heeft het bestuur gezocht naar een gepast aandenken. Voorwaarde hierbij was natuurlijk dat het iets met de stadslibrije en het werkgebied van het streekarchief te maken moest hebben, en dat het iets bijzonders moest zijn.

Erasmus en Gouda, een ijzersterk duo!
We kwamen uit op een uitgave van een boekje met jeugdgedichten van Erasmus, namelijk de Silva carminum, gedrukt te Gouda in 1513. Omdat de originele editie van de Silva carminum uiterst zeldzaam is, hebben we gebruik gemaakt van de foto-lithografische editie die in 1864 te Brussel verscheen met een lange (Franstalige) inleiding door Charles Ruelens. De Goudse librijecollectie bezit hiervan een exemplaar (190. 7377). De Franse inleiding hebben we in onze uitgave weggelaten.

We kennen Erasmus vooral als de grote humanistische geleerde en bijbelvertaler, die in de tumultueuze eerste helft van de zestiende eeuw een gematigd standpunt probeerde in te nemen in de kerkelijke problematiek. Maar verrassend genoeg voelde Erasmus zich in zijn jonge jaren vooral een dichter. Erasmus was al vroeg onder de indruk van en vol bewondering voor de klassieke auteurs. Dit wilde hij ook kunnen: poëzie schrijven zoals de oude Grieken en Romeinen deden. Met uitdagende Latijnse en Griekse metra. En hij was er al vroeg bij. Zijn vroegste jeugdgedichten zijn onder andere gepubliceerd in een klein en zeldzaam boekje, de Silva carminum. Het is uitgegeven door Reinier Snoy, die op een verder niet nader verklaarde manier de hand heeft kunnen leggen op deze jeugdgedichten van Erasmus en Willem Hermansz (Goudanus). Snoy liet ze drukken bij de Goudse drukker Allaerd Gauter in 1513. De gedichten zelf zijn echter van veel vroeger datum, waarschijnlijk uit de jaren ’80-‘90 van de vijftiende eeuw. Willem Hermansz en Erasmus waren boezemvrienden en dachten langs dezelfde lijnen. Ze gingen samen naar school, gingen samen naar Deventer en traden samen in in het klooster Stein. Willem stierf echter al in 1510.
De uitgave die Snoy het licht deed zien was buiten medeweten van Erasmus tot stand gekomen. Hij was daar nogal verbolgen over, want hij meende dat dit kinderwerk zijn reputatie zou kunnen schaden. Later heeft Erasmus zelf een herziene druk uitgegeven.
Het is mogelijk dat Snoy het boekje zag als een boekje voor het onderwijs, dat de leerlingen van de Latijnse school kennis liet maken met de nieuwe - humanistische - introductie tot de bonae litterae. Hierop zou ook de uitstraling kunnen wijzen. Het is namelijk gedrukt in een gotisch lettertype, wat zeer ongebruikelijk is in Latijnstalige boeken, zeker een met humanistische teksten. Maar de schooljeugd kende niet anders dan die dikke, zware gotische letters. Daarmee zijn ze opgegroeid. Dàt konden ze lezen. Of dit idee hout snijdt, weet ik niet; de hypothese zou eens nader onderzocht moeten worden.

Bij zijn streven naar zuivere klassieke vormen botste Erasmus met de scholastieke onderwijsmethoden die in zijn tijd gangbaar waren. Het Latijn van de schoolmeesters was gebrekkig en de kennis van de humaniora minimaal. Hiertegen ging hij in verzet. Dit werd zijn strijd tegen de ‘barbarij’, zoals hij de geest van onkunde en incompetentie noemde. In het bundeltje staat een gedicht dat als een vroege voorloper van het beroemde Antibarbarorum liber - het ‘Boek tegen de barbarij’ - beschouwd wordt. Als zodanig is dit gedicht - in de vorm van een dialoog tussen Erasmus en Cornelius [Aurelius] - nooit in Nederlandse vertaling uitgegeven, evenmin als de andere gedichten in het boekje.

De Silva carminum eindigt met een gedicht van de hand van Willem Hermansz en beschrijft op zwaar retorische wijze het oorlogsgeweld dat aan het eind van de vijftiende eeuw onze contreien onveilig maakte: de ‘Verschijning van de Hollandse maagd die allang gekweld wordt door oorlog, armoede, ziekte en partijtwisten en klaagt over de ellende van haar burgers’.

De bundel wordt afgesloten door het heraldisch wapen van Philips de Schone, koning van Castilië, zoon van Maximiliaan van Oostenrijk en Maria van Bourgondië, als heerser over de Habsburgse Nederlanden. Dit is opmerkelijk, omdat Philips al in 1506 was overleden, zeven jaar voor het jaar van uitgave van de bundel.
Waarom dit wapen hier afgedrukt is, is niet duidelijk. Of het een politieke reden heeft is helemaal niet zeker. Mogelijk is het er alleen gedrukt om het boekje niet met een lege pagina te laten afsluiten.
Links onder het wapen staat een klein wapenschildje van de stad Gouda en rechtsonder een klein drukkersmerk van Allaerd Gauter.

Voor Koen Goudriaan vormde de Silva carminum het startpunt van een onderzoekje naar de ‘Goudse kring van humanisten’, die zich aan het eind van de vijftiende eeuw gevormd had. Hierin figureerden, naast Erasmus, Willem Hermansz en Reinier Snoy (de drie personen die verbonden zijn aan de Silva carminum), ook onder andere Cornelius Aurelius, Franciscus Theodoricus en Henricus Jacobi. De twee laatsten waren ook kloosterlingen van Stein en Henricus Jacobi was bovendien de kopiist van de twee Goudse Erasmiana handschriften. Dan moet nog genoemd worden Jacobus Mauritius. Hij had rechten gestudeerd in Leuven en werd daarna pensionaris van Gouda. Hij trad mogelijk als maecenas op die de leden van de Goudse kring af en toe financieel ondersteunde. Een belangrijkere ondersteunende rol speelde de adellijke familie van de Van Bergens en hun verwanten, de Heren van Veere.

Zoals gezegd is geen van de gedichten in het bundeltje ooit in het Nederlands vertaald. Met de uitgave van de integrale Silva carminum is daar verandering in gekomen.