Marcus Zuerius Boxhorn (1612-1653) is geboren in Bergen-op-Zoom. Op 5-jarige leeftijd verloor hij zijn vader, waarna hij met zijn moeder in Breda ging wonen.

In Breda bij zijn grootvader, predikant Henri Boxhorn, genoot hij onderwijs. Toen in 1625 Breda werd ingenomen door de Spanjaarden, verhuisde grootvader en kleinzoon naar Leiden. Daar studeerde de jonge Boxhorn wijsbegeerte en rechten en daarnaast politieke geschiedenis. Hij werd weldra, in 1632, benoemd tot hoogleraar in de welsprekendheid. In 1648 volgde hij Daniel Heinsius op als hoogleraar in de geschiedenis en de staatkunde. Vijf jaar later overleed hij.

Boxhorn heeft zeer veel geschreven. Op 20-jarige leeftijd publiceerde hij al het Theatrum sive descriptio comitatus et urbium Hollandiae, cum tabulis geographicis, Amsterdam 1632. Dat werd twee jaar later in het Nederlands vertaald als Toneel ofte beschryvinge der steden van Hollandt waer in haer beginselen, voortganck, privilegien, historie ende gelegentheyt vervat worden, Amsterdam 1634. Dit was grotendeels een compilatie uit Guicciardini en dergelijke auteurs.
[bovenstaande tekst uit Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 6, p. 178-180]

In het lemma van het Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek wordt Petrus Montanus als vertaler genoemd, maar in het gebruikte exemplaar wordt op de titelgravure Geeraerdt Baerdeloos genoemd.

We hebben hier de Nederlandse editie gebruikt (p. 254-263). Het boek meet ca. 21 x ca 33 cm oblong (dus breder dan hoog) en heeft 374 genummerde pagina’s plus 10 ongenummerde zowel voorin als achterin. Het bevindt zich in het Streekarchief Midden-Holland (Gouda, SAMH, Archiefbibliotheek, 0191. 5584, [olim 112 A 14]).