Dialogen 25-36 Kruiden, planten en bomen

30v

leeu gheuanghen wort in dye strick die op hem ghesettet was.
Doe dit die muys sach ghinck si toe en bete die coorden en twee
daer die leeu mede gheuanghen was ende verlossede den leeu.
¶ Merket hier wt hoe ons die cleyne beesten danckbaer leren
wesen Nochtant valtet dat die heren van hoerre quader ende fel=
le natuer mit weldaden die hem hoer ondersaten doen dicwijl
niet verbetert en worden mer ymmer soe veel te meer verargert
ende bliuen in hoer quade natuer ¶ Als men seyt dat een ion=
ghelinc int velt sach een serpent die van groter kouden seer ge
cruust wort ende hy ontfermde hoers ende settese in sinen scoot
Ende doe die serpent wel verwarmt was stack si hoer venijnt
inden ionghen ende dooden hem Daer om seyt seneca dat serpent
en wort sonder vrese inden wijnter niet anghetast al ist verkout
want het niet of en laet sijn venijnt te scieten hoe koudt dattet is:

Van den rosmarijn ende den acker Dat vijfentwintichste dyalo=[gus]
L030v 1
ROsmarijn als men vint inden boeck van dye craft der
cruden heeft onder al die virtuyt Jst dattu hem in dinen
wingaert of acker plantest ende hem eerlick ende reynliken
houdes dat die wingaert ende acker daer of seer vruchbaer sel war
den Hier om een acker die vol oncruyts ende onuruchbaer was
op dat hi vruchten soude brenghen ghinck oetmoedeliken ende de=
uoteliken totten rosmarijnboem ende seydeO grote harder ende goe
de bewaerre ghewaerdighe di tot mi te comen ende bescerme mi

leeuw gevangen werd in de strik die voor hem was uitgezet. Toen de muis dit zag, ging zij er naar toe en beet de koorden waarmee de leeuw gevangen zat door en bevrijdde de leeuw.
Begrijp hieruit dat de kleine dieren ons leren dankbaar te zijn. Toch gebeurt het vaak dat door de goede daden van de onderdanen het slechte en kwaadaardige karakter van de heren niet verbeterd wordt, maar daarentegen juist verergert en dat zij volharden in hun kwade geaardheid. Zo vertelt men dat een jongeman in het veld een slang zag, die door grote kou zeer ernstig leed. Hij ontfermde zich over haar en nam haar op schoot. Toen de slang goed opgewarmd was, spoot zij haar vergif in de jongen en doodde hem.
Daarom zegt Seneca dat de slang in de winter niet zonder gevaar kan worden aangeraakt, ook al is zij koud, want zij zal niet nalaten haar gif te spuiten hoe koud zij het ook heeft.

De 25e dialoog. Over de rozemarijn en de akker
L030v 1
Rozemarijn heeft, zoals men kan vinden in het boek over de kracht van de kruiden, de krachtigste uitwerking van alle kruiden. Als je hem in je wijngaard of akker plant en hem goed verzorgt, dan zal de wijngaard of akker daardoor zeer vruchtbaar worden. Een akker, die vol onkruid stond en onvruchtbaar was, ging daarom nederig en eerbiedig naar de rozemarijn opdat hij vruchtbaar zou worden.
Hij zei: “O grote opzichter en goede bewaarder, verwaardig u naar mij toe te komen en bescherm mij.