Dialogen 1-12 Hemellichamen en elementen

7r

L007r 1
¶ Hier beghint ten loue goods een ghenoechlic profitelic boec ghehie=
ten dyalogus creaturarum dat is twijspraeck dercreaturen ouer ghe=
set wtten latinen in goeden duytsche
L007r 2 ¶ Van dye son ende dye maen dat eerste
dyalogus
SJnte bernardus dye heylighe leeraer
seyt in een sermoen God heeft in dat
firmament des hemels gheset twe gro
te lichten als die son ende die maen als
twe oghen inden hoefde lichtende dach
ende nacht Daer of seyt oeck aristoti=
les Die son is dat oghe der werlt vro
licheyt des daghes.scoenheyt des he=
mels.maet der tijt.cracht ende oerspronc

L007r 1
Hier begint tot eer van God een aangenaam en nuttig boek genaamd Dyalogus creaturarum dat betekent Twispraec der creaturen, vertaald uit het Latijn in goed Nederlands.
L007r 2 De eerste dialoog. Over de zon en de maan
De heilige leraar Sint Bernardus zegt in een preek: “God heeft aan het firmament twee grote lichten geplaatst: de zon en de maan als twee ogen in het hoofd die dag en nacht schijnen.”
Aristoteles zegt over de zon: “De zon is het oog van de wereld, vrolijkheid van de dag, schoonheid van de hemel, maat van de tijd, kracht en oorsprong