Inleiding Stadsbeschrijvingen

Gouda op Schrift (GOS) is een zelfstandig opererend project binnen de Stichting Vrienden van Archief en Librije (SVAL), de vriendenstichting van het Streekarchief Midden-Holland (SAMH). Gouda op Schrift wil bronnen tot 1800 over of uit Gouda, of met een relatie tot Gouda, toegankelijk maken. Binnen GOS houden ruim 40 goed geïnstrueerde vrijwilligers zich in groepjes bezig met het digitaliseren, transcriberen, hertalen en onderzoeken van Nederlandse en Latijnse bronnen.

De bewerkte teksten worden door deskundigen in GOS bekeken op juistheid van notatie en interpretatie. Een redactiecommissie van neerlandici en tekstschrijvers zorgt voor een goed leesbare hertaling. Projectleider Elisabeth Venselaar wordt inhoudelijk bijgestaan door Jan Willem Klein en Ben van der Have. Tom Keijser verzorgt vooral de technische kant van de publicatie in eLaborate 4.

Via de website goudaopschrift.nl wordt meer informatie gegeven over Goudse teksten en over het project GOS. Hiervoor kunt u ook contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Publicatie

Tijdens de transcriptie, hertaling en annotatie van de stadsgeschiedenissen is gebruik gemaakt van de door Gouda op Schrift opgestelde Leidraad eLaborate 4, transcriberen - hertalen - annoteren. Deze Leidraad is geschreven op basis van de instructies die wij van het HuygensING hebben gekregen aan het begin van het project eLaborate. Verder is voor de Leidraad kennis vergaard uit het boek van Marita Mathijsen Naar de letter, Handboek editiewetenschap (Amsterdam 2010).

Bij de annotaties moest rekening worden gehouden met het feit dat in de digitale weergave de facsimile van het manuscript wordt weergegeven naast transcriptie en hertaling. Hierdoor hoeven onder meer annotaties over zaken als een afwijkende kleur of letterformaat niet te worden toegevoegd.

Als standaardregel bij de annotaties geldt dat er geen informatie wordt toegevoegd die is gevonden of kan worden nageslagen in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL), in de Geïntegreerde Taalbank (GTB) of in de moderne atlassen en encyclopedieën.

U kunt voor meer informatie of voor toezending van de digitale Leidraad mailen naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Stadsbeschrijvingen in de Gouden Eeuw

In de late zestiende eeuw verschenen er al lange gedichten over steden. De eerste prozawerken met een beschrijving of een geschiedenis van een stad verschenen in de eerste helft van de zeventiende eeuw. In die tijd werden in de Republiek voor het eerst boeken gepubliceerd waarin één enkele stad tot in de details over het voetlicht werd gebracht. Dat staat te lezen in De woonplaats van de faam (proefschrift Eddy Verbaan, Verloren, Hilversum 2011) over stadsbeschrijvingen die vóór 1700 in druk zijn verschenen over steden in de Republiek der Verenigde Nederlanden. Verbaan spreekt over monografische stadsbeschrijvingen, boeken die geheel aan één stad zijn gewijd.

De omvangrijke Beschrijvinge der stad Leyden (1614) was de eerste, oorspronkelijk in het Nederlands verschenen thematische stadsbeschrijving. In Gouda verscheen de eerste gedrukte stadsgeschiedenis Beschryving der stad Gouda (2 delen in 1 band, Gouda/Leiden, Endenburg/Vermey) pas in 1714, kort voor de dood van de auteur Ignatius Walvis. Dat betekent echter niet dat de stad Gouda niet vaker werd beschreven. In het Streekarchief Midden-Holland (SAMH) liggen nog steeds een aantal handschriften die kunnen worden aangemerkt als stadsbeschrijving. Zo schrijft Walvis in zijn voorrede dat de inwoners van Gouda wel blij zullen zijn met zijn uitgave: ‘… dewijl veele wel een ontwerp van Stads-beschrijvinge, maer niemand eene volslagene te boek gebragt had.’

Monografische stadsbeschrijvingen van Gouda

Manuscripten of gedrukte werken geheel gewijd aan de beschrijving van de stad Gouda zijn ons bekend vanaf 1567. De gedrukte stadsgeschiedenissen betreffen het boek van Ignatius Walvis (1714) en de Geschiedenis der Heeren en beschrijving der stad van der Gouda van Cornelis Johan de Lange van Wijngaerden, waarvan de twee delen in 1813 en 1817 verschenen.

GOS vond ook een aantal ongepubliceerde manuscripten van stadsbeschrijvingen, die zich bevinden in het Streekarchief Midden-Holland, de moeite waard om breder gelezen te worden. Voor de geschiedenis van Gouda en de opvattingen daarover zullen ze geen groot nieuws opleveren. Toch is het boeiend om de nog onbekende stadsbeschrijvingen te lezen, want iedere schrijver vertelt het verhaal van Gouda op zijn eigen manier. Ze leggen het accent op andere zaken en weiden uit over andere gebeurtenissen. Wel verwijzen ze ook geregeld naar elkaar en ze lijken dus bekend met elkaars werk.

Om ze een breder publiek te geven, moesten ze eerst toegankelijk worden gemaakt. De fotografiegroep van Gouda op Schrift heeft deze handschriften gefotografeerd. Ze staan als bladerboek op de website goudaopschrift.nl. Er wordt hard gewerkt aan de transcriptie en hertaling van de volgende stadsbeschrijvingen:

Adriaen Cornelis Vereyck

Vereyck werd in Gouda geboren. Hij was kunstschilder en in 1650 was hij burgemeester van Gouda. Rond die tijd schreef hij ook zijn Memorieboekje. Het handschrift dat bij SAMH ligt, bevat (vermoedelijk, het origineel is verloren gegaan) een afschrift van dit Memorieboekje, aangevuld met uittreksels uit en afschriften van archiefstukken betreffende Gouda en het gewest Holland, circa 1700 (na 1696).
SAMH, Collectie Varia (ac 0200), inventarisnummer 2008

Paulus Doncker (± 1700, na 1691)

Deze stadsbeschrijving uit de 17e eeuw is oorspronkelijk geschreven door Paulus Doncker (Gouda, 1659-1717/1721). Als het manuscript in 1703 wordt gekocht door Theodoor van Abbesteech, schrijft deze via welke wegen het manuscript bij hem is beland. Daarna gaat hij het handschrift verder ‘aanvullen en verbeteren’. Hiervoor put hij onder meer uit het Memorieboekje van Adriaen Vereyck.
SAMH, Collectie Kemper (ac 0096), inventarisnummer VI.41

Franco de Vrije (± 1700)

De Vrije, aan wie ook een stadsgeschiedenis is toegeschreven, wordt in 1672 geboren te Moordrecht. Hij bekleedt veel functies in Gouda, de stad waarvan hij rond 1700 een uitgebreide beschrijving opstelt. Daarin beschrijft hij hoe de stad begon, hoe Gouda aan zijn naam kwam, wie de stad bestuurden. Daarna volgt een uitgebreide beschrijving van alle gebouwen in de stad, hun functie en (bij kloosters) hun bewoners. Op 4 juli 1712 overlijdt Franco de Vrije te Gouda.
SAMH, Collectie Kemper (ac 0096), inventarisnummer 144

Vroedschapboek (± 1700)

We noemen dit manuscript voorlopig nog het Vroedschapboek, omdat de onbekende auteur begint met ‘Extracten uyt het Vroedschapboek der Stad Gouda’. Als dit manuscript bedoeld is als een stadsbeschrijving of stadsgeschiedenis, dan is de auteur blijven steken in het verzamelen van wetenswaardigheden. Al met al geeft het Vroedschapboek wel een interessante inkijk in het dagelijks leven in Gouda rond 1700.
SAMH, Collectie Varia (ac 0200), voorlopig nummer: hs. 42

Theodoor van Abbesteech (1701)

De titel is: ‘Versameling van veelerhande saaken en geschiedenissen, dienende tot onderrigtinge, of nader ondersoek van de geleegentheid, oudheid, heeren, regeeringe, gebouwen, geestelijke en wereldlijke bijzonderheeden en saaken der stadt Goude’. Dit alles werd verzameld door Theodoor van Abbesteech in 1701. Het origineel is er niet meer, maar we hebben wel een kopie uit 1758.
SAMH, Collectie Kemper (ac 0096), inventarisnummer 150

Inventaris

Een stadsbeschrijving in de meeste letterlijke zin is wel het manuscript ‘Inventaris van de huysen, erven en alle de stads publicque gebouwen, met al het geene daar aan annex is ...’. Het is een register met gegevens over stadseigendommen, openbare werken, enzovoort. Het werk geeft een goed inzicht in het uiterlijk van Gouda in de jaren 1735-1771.
SAMH, Collectie Kemper (ac 0096), inventarisnummer 148

Cornelis de Lange van Wijngaerden, die in het begin van de negentiende eeuw zijn stadsbeschrijving publiceerde, schreef over de moeilijkheden die hij ondervond bij het zoeken naar wat zich in de eeuwen ervoor in Gouda had afgespeeld. Hij vermeldt in zijn beschrijving de bronnen waaruit hij wel heeft kunnen putten. Dan zien we dat hij goed bekend was met het werk van de auteurs van de door ons getranscribeerde handschriften. Dit alles blijkt uit het ‘Voorberigt’ p. XI – XII van zijn Geschiedenis der Heeren en beschrijving der stad van der Gouda deel 1, 1813, (aanwezig in de bibliotheek van het streekarchief). Van belang voor onze stadsgeschiedenissen is het volgende:

‘Nogtans konde men ook niet van eenen stads-pensionaris, de secretarissen of klerken vergen, indien zij niet met eene bijzondere arbeidszaamheid en zeldzame lust begaafd waren, terwijl zij hunne bezigheden vonden in de loopende zaken, zoo der staatsvergaderingen, als der stad, veel merkwaardigs na te zoeken en op te teekenen, waardoor voorheen door deze en gene liefhebbers van vaderlandsche oudheden wel de meeste geschiedkundige aanteekeningen verzameld zijn geworden; zoo als door den schepen THEODORUS VAN ABBESTEECH in eene, in meer handen zijnde, verzameling van velerhande zaken en geschiedenissen, dienende tot onderrigting, of nader onderzoek van de gelegenheid, oudheid, heeren, regering, gebouwen, geestelijke en wereldlijke bijzonderheden en zaken der stad Goude, en door den heer ADRIAAN CORNELISZ VEREYK, in de jaren 1643 vroedschap en 1651 burgemeester: uit wiens laatstgemelden zoo genaamd memorieboekje de beschrijver der stad van der Goude wel het meest heeft ontleend, het welk ik, zoo verre het de geschiedverhalen betreft, overeenkomstig heb bevonden met het mij toebehoorende handschrift, gekomen van den heer VAN ABBESTEECH, door PAULUS DONKER geschreven, naar een afschrift hem door CORNELIS DE JONGH ter hand gesteld, en van zijne erfgenamen door gemelden heer VAN ABBESTEECH gekogt, het welk hij in het jaar 1703 had vergeleken, en op sommige plaatsen, uit het voorgemelde memorieboekje had vermeerderd.

Dan dit was mij nog niet voldoende genoeg, om de vroege oude geschiedenissen van der Goude op te delven. Ik vond bij meerder onderzoek, dat dit handschrift, waar van de heer Van Abbesteech zegt, in het jaar 1702, bij den stads Tresorier MR. FRANCO DE VRIJE een bijna gelijkluidend ouder afschrift te hebben gezien, meest uit oude verhalen, uit PETIT Nederlandsche republiek, BOXHORNII theatrum Hollandiae en JUNII Batavia was zamengesteld, en daarin verscheiden uittreksels van Tresoriers-rekeningen, maar niet vroeger als sedert den ondergang der Hoeksche partij, zijnde tot vroege rekeningen waarschijnlijk de toegang toen moeijelijker gemaakt. En dit deed mij ondernemen uit alle de stedelijke registers en oude rekeningen, zoo verre die nog voorhanden waren, dat geen te trekken, het welk mij dienstig tot mijn oogmerk konde zijn zoo als ook uit de rekeningen, welke ik van het huis van Henegouwen uit het archief van Holland konde bekomen.’

Literatuur genoemd in dit artikel
  • Gouda op Schrift, Leidraad eLaborate 4, transcriberen - hertalen - annoteren (Gouda 2016)
  • C.J. de Lange van Wijngaerden, Geschiedenis der Heeren en beschrijving der stad van der Gouda,
         3 dln, Amsterdam en Den Haag, 1813-1817; het derde deel bewerkt en vermeerderd door J.N. Scheltema. Gouda 1879
  • M. Mathijsen, Naar de letter. Handboek editiewetenschap (Amsterdam 2010)
  • J.J. Orlers, Beschrijvinge der stad Leyden, Leiden, H.L. van Haestens, J.J. Orlers en J.Maire, 1614
         4° [KBH 552 J 11; UBL Kunstg 12 F 8]
  • E. Verbaan, De woonplaats van de faam (diss. [universiteit]) (Hilversum 2011)
  • I. Walvis, Beschrijving der stad Gouda, 2 delen in 1 band, (Gouda/Leiden 1714)