Tijdlijn

Op grond van de stukken die we vonden in het cartularium hebben we een tijdlijn opgesteld van gebeurtenissen in het Collatiehuis.

De tijdlijn loopt van 1419 tot 1483, het jaar dat de kroniek wordt geschreven door Hendrik van Arnhem, de rector van het Goudse Collatiehuis.

1419 Broeders van de Regulieren verkopen de panden van de gemeenschap in Gouda aan particulieren en verhuizen naar het klooster in het land van Steyn. Eén pand wordt verkocht aan Dirk Floriszoon.
1425 Dirk Floriszoon draagt het huis over aan het kapittel van de Reguliere kanunniken (kloosters In den Hem bij Schoonhoven, Sion bij Delft en in het land van Steyn). Hij stelt de voorwaarde dat ze collaties houden op feestdagen.
1438 Grote stadsbrand. Ook het Collatiehuis wordt verwoest.
1438/1439? Het kapittel bouwt een nieuw huis. Een huisje dat daartegenaan staat wordt verkocht aan Supina.
1443 Het generaal kapittel draagt het huis met alle rechten over aan de Heilige Geestmeesters van Gouda.
1443-1445 Leegstand, veel wisselingen
1445-1446 Henrick van Erp, rector in Delft, doet op verzoek van de H. Geestmeesters pogingen om in dit huis ook een broederklooster te stichten. Hij wordt tegengewerkt omdat hij Cornelis Corneliszn vanuit Delft wil aanstellen als rector, maar in Delft willen diens medebroeders hem niet kwijt. Ze vinden het ook te kostbaar. Grote ruzie in Delft
1445? Henrick van Erp stuurt Bernard van Lochem naar het huis te Gouda om daar collaties te verzorgen.
1446 De priors van de kloosters in Zwolle, Sint Hieronymusberg en 's-Hertogenbosch komen naar Delft om de ruzie daar te beslechten. Ze sturen Henrick van Erp naar Gouda om daar prior te worden. Hij krijgt drie broeders mee: Thomas van Arnhem, Paul (of Pieter) van der Veere en Jacob van Utrecht. Zijn opvolger in Delft is Bartholomeus.

In Gouda geven de H. Geestmeesters het beheer van het altaar van de Heilige Geest aan de broedergemeenschap-in-wording. Ze krijgen ook een jaarlijkse lijfrente, zodat ze wat inkomsten hebben.

Na verloop van tijd komen er nog 4 broeders bij: Diederik van Hoorn, Adriaan van der Meer, Matthijs van Rotterdam en Frederik Feysoszoon. Nu zijn ze met 8.

1447 De H. Geestmeesters dragen het huis met alles erop en eraan over aan de nieuwe broedergemeenschap.
1448 De broeders krijgen een aantal zuinige privileges van de pastoor Walter Boeckhout.
1450 Henrick van Erp raakt in een depressie, legt zijn functie neer en vertrekt naar Rome, samen met Jacob van Utrecht. Er zijn dan nog 6 broeders in Gouda.
1450/1451 Twee broeders worden tot priester gewijd, namelijk Thomas van Arnhem en Pieter van der Veere.
Pieter is ziek, gaat terug naar Delft en overlijdt in 1451. Nu zijn er nog 5.
1451 Jan van Goch wordt de nieuwe rector in Gouda. Hij is gezonden vanuit het broederhuis in Amersfoort. Wie hem benoemt, wie dit initiatief heeft genomen, wordt niet vermeld. Hij krijgt bitter weinig steun van de huizen in Delft, Amersfoort, Hiëronymusberg, Zwolle. Ze zijn weer met 6.

De stad Gouda stuurt een brief naar de bisschop van Utrecht om in te stemmen met de wijding van Diederik van Hoorn tot priester. In die brief wordt bepaald dat de stad Gouda en de H. Geestmeesters het altaar van de H. Geest overlaten aan het beheer van de broeders.

Diederik van Hoorn wordt tot priester gewijd en draagt zijn eerste mis op. Later in het jaar overlijdt hij. Ze zijn met 5.

Thomas van Arnhem kan niet door één deur met Jan van Goch en vertrekt naar het broederhuis in Delft. Ze zijn met 4.

1451-1454 Adriaan van der Meer wordt ziek en keert terug naar het huis van zijn ouders. Ze zijn met 3.

Ook Frederik Feysoszoon wordt ziek en trekt naar Mechelen, waar Henrick van Erp gardiaan is in het klooster van de Minderbroeders. Als reisgezel heeft hij Mathijs, die ook ziek is geweest. Alleen rector Jan van Goch is nog over.

1454 Jan van Goch verlaat het huis en zoekt zijn heil elders. Dan staat het huis leeg. Er wordt een bewaker aangesteld: Dionijs. De collaties op feestdagen gaan door, verzorgd door Tybus de oudere. Hij is de biechtvader van de nonnen van het Maria Magdalenaklooster.

De stad Gouda stuurt een deputatie naar het klooster in Delft om hulp te vragen bij de wederopbouw van het huis. De prior in Delft (Cornelis) is zeer genegen op dat verzoek in te gaan. Hij krijgt steun van de paters van buiten het klooster die hij raadpleegt. De broeders van zijn eigen klooster zijn echter terughoudender. Compromisvoorstel: het huis in Delft wil voor drie jaar een rector en wat broeders leveren. Dit moet worden voorgelegd aan de grote jaarvergadering.

Jan Foppense wordt aangesteld tot rector van het Collatiehuis. Hij wordt daarheen gestuurd samen met Thomas (die al eerder in het Collatiehuis woonde). Later komen er nog twee broeders bij, Jacob van Naaldwijk en Walter van Heenvliet.

Walter haakt al snel af, omdat hij de armoede te erbarmelijk vindt.

Dionijs, die eerst het lege huis bewaakte, is een tijd kok geweest. Dan vertrekt hij ook en wordt vervangen door Pieter, een lekenbroeder uit Delft.

1455 Bij de grote jaarvergadering krijgt de opzet van Cornelis unanieme steun: de door hem gezonden prior (Jan Foppense) mag het drie jaar proberen in Gouda. Later dat jaar wordt Jan Foppense uit het rectoraat gezet vanwege slechte prestaties. Hij maakt grote heisa en weet er voor zichzelf een financieel gunstige regeling uit te slepen. Hij verlaat het klooster.
1456 Hendrik van Arnhem wordt benoemd tot rector in Gouda. Hij krijgt Thomas mee om hem te introduceren in Gouda. Volgens een eerdere paragraaf was Thomas al in Gouda, omdat hij was meegekomen met Jan Foppense. In het begin krijgt Hendrik van Arnhem veel hulp van de broeders uit Delft.
1456/1457 Hendrik van Arnhem betaalt de schuld af die het huis Gouda heeft bij het huis Delft.
1457 Broeder Martinus van Delft wordt tot priester gewijd. Ook hiervoor is een brief naar de bisschop van Utrecht nodig. Het huis heeft dus kennelijk nog steeds niet dezelfde mogelijkheden als volwaardige broederhuizen.

Pieter de kok vertrekt uit het klooster.

1456/1457? Jacobus van Naaldwijk zet een school op touw. Dit levert de broeders veel aanzien op.
1460 Jacobus van Naaldwijk gaat terug naar het huis in Delft.
1463 Het Collatiehuis koopt het huisje terug van Supina.
1469 De cantors van de Sint Jan willen een aantal koren oprichten ter versiering van de kerkdiensten. Om die koren te eten te geven willen ze sommige altaren overdragen aan de koren, waaronder het altaar van de Heilige Geest. Dankzij de brief uit 1451 wordt dat plan van tafel geveegd.
1473 Het koor van de kerk wordt gebouwd.
1478 Het klooster is gegroeid. Er zijn zo'n 20 bewoners, inclusief de inwonende leerlingen (3 à 4).
Het leven wordt duurder vanwege de onrust in Holland: de Hoekse en Kabeljauwse twisten.
1480-1482 Prijsstijgingen en inflatie vanwege oorlog tussen Frankrijk en Oostenrijk, beëindigd met de vrede van Atrecht (1482).
1483 Hendrik van Arnhem schrijft de kroniek van het Collatiehuis.