Erasmusnotitie

De zogenoemde Erasmusnotitie is van een onbekende kloosterling uit Stein bij Gouda. Er staat een passage in die heel wat pennen heeft losgemaakt.

In deze Latijnse notitie, handschrift 924 van de Librijecollectie van het Streekarchief Midden-Holland (f. 36r-39r moderne foliëring), staat namelijk informatie die een rol speelt in het debat over de geboorteplaats van de beroemde humanist. Al met al is het niet veel en de mededeling over Erasmus' afkomst omvat maar enkele regels. Hieronder hebben we de eerste pagina van de notitie opgenomen met de transcriptie, de vertaling en de noten.

Wilt u meer wil weten over wat er nu echt in de notitie staat over Erasmus en diens geboorteplaats en wat nu de verontwaardiging van de schrijver heeft opgewekt? Dat kunt u lezen in het artikel De notitie over Erasmus in het blad Tidinge (oktober 2006) van de Historische Vereniging 'Die Goude'.

E notitie

ERASMUSNOTITIE p.36r

Transcriptie

Mirum quod hic junior author non veretur in hoc cathalogo traducere, immo acriter pungere tam multos graves et doctos viros, ita ut paucis exceptis fere omnes naevo aliquo adurit precipue tamen Erasmum et Martinum Rithovium. DeErasmohic dicit quodvoti suscepti pertaesus, sacrati ordinis dictae religionis septa deseruit, quasi id sua sponte fecisset. Nam ut Erasmus ipse testatur in Epistola ad Servatium, non prius id attentavit quam habuisset consensum sui prioris Nicolai Werteri, episcopi Traiectensis....

Vertaling

Het is verbazingwekkend dat deze toch vrij jonge auteur [= Cornelius Loos] er niet voor terugdeinst met zoveel vooraanstaande en geleerde heren in deze opsomming de spot te drijven en er zelfs verschrikkelijk de draak mee te steken. Hij gaat zo ver dat hij, een paar uitzonderingen daargelaten, op hen allemaal wel wat aan te merken heeft, en dan toch vooral op Erasmus en op Martinus Rithovius[1]. Over Erasmus zegt hij dat die, eenmaal uitgekeken op de gelofte die hij had afgelegd, de bescherming van de gewijde kloosterregel van de genoemde orde liet voor wat die was, alsof hij dat zonder overleg had gedaan. Zoals evenwel Erasmus zelf aangeeft in zijn Brief aan Servatius[2], heeft hij dat niet eerder geprobeerd dan nadat hij er toestemming voor had gekregen van Nicolaus Werterus[3], zijn prior, en de bisschop van Utrecht.....

Noten
[1] Martinus Rythovius was de eerste bisschop van het bisdom Ieper. Het bisdom Ieper werd opgericht op 12 mei 1559, in het kader van de kerkelijke herindeling ten gevolge van het Concilie van Trente (1545-1563).
[2] Dit is brief 296 van de Opus epistolarum Des. Erasmi Roterodami / denuo recognitum et auctum per P.S. Allen et H. M. Allen, tom. 1. Oxford 1906; in Nederlandse vertaling te vinden in De correspondentie van Desiderius Erasmus, deel 2 (brieven 142-297). Rotterdam 2004, nr. 296: p. 254-263.
[3] Sic; lees Wernerus. Nicolaas Wernerus was van 1496 tot zijn overlijden in 1504 prior van klooster Stein.