Begin boekdrukkunst

drukpers-Gutenberg

De boekdrukkunst is uitgevonden door Johannes Gutenberg (rond 1450), die in die tijd boeken vermenigvuldigt in de stad Mainz.

Kenmerkend voor de nieuwe techniek is dat de tekst gezet wordt met losse letterstaafjes. Alleen de zwarte tekst wordt op deze manier vermenigvuldigd. De gekleurde elementen, die zo tekenend zijn voor middeleeuwse boeken, worden er later met de hand alsnog in geplaatst. Ook afbeeldingen kunnen aanvankelijk niet worden meegedrukt.

De vroegste drukken uit de Nederlanden dateren uit de periode 1460-1470. Het zijn anonieme en ongedateerde drukken die veel typografische overeenkomsten vertonen. Deze groep drukwerken wordt prototypografie genoemd. Vroeger werden ze in verband gebracht met de legendarische Laurens Jansz. Coster uit Haarlem en daarom werden/worden ze ook wel Costeriana genoemd. Die toeschrijving berust echter op nationalistisch wensdenken. Laurens Jansz. Coster heeft - zo hij al bestaan heeft - niets met de uitvinding van de boekdrukkunst te maken.

Gerard Leeu introduceert een aantal vernieuwingen in het drukproces en legt daarmee de basis voor Gouda als drukkersstad